Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/326
Onjuist oordeel dat, ondanks dat verdachte tijdens begaan van bewezenverklaarde feiten (deels) de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, ten aanzien van die feiten, met toepassing van volwassenenstrafrecht, een gevangenisstraf kan worden opgelegd.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:289
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/02085
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Jeugdstrafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:289, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1337, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑03‑2024
- Wetingang
Essentie
Het oordeel van het hof, dat ondanks dat de verdachte ten tijde van het begaan van het bewezenverklaarde feit 1 en gedeeltelijk ten tijde van het begaan van het bewezenverklaarde feit 2 de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, ten aanzien van die feiten, met toepassing van het volwassenenstrafrecht, een gevangenisstraf kan worden opgelegd, is onjuist.
Samenvatting
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever bij de invoering van de Wet adolescentenstrafrecht heeft beoogd het adolescentenstrafrecht vorm te geven binnen de grenzen die worden gesteld in het IVRK en het voorbehoud dat Nederland heeft gemaakt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.