RvdW 2025/329:Openlijke geweldpleging (meermalen gepleegd) op straat na ruzie in rokersruimte van café, art. 141 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklachten in vereniging plegen en opzet. 2. Bewijsklacht en noodweer, art. 41 lid 1 Sr. Moeten gedragingen van verdachte niet als verdedigend maar als aanvallend worden beschouwd? 3. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangevers, art. 359 lid 2 Sv. Ad 1., 2. en 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: 1. Bewijsvoering biedt voldoende grond voor vaststelling dat verdachte geweldshandelingen heeft gepleegd tegen aangever. Daarmee is tevens toereikend gemotiveerd dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan geweld tegen aangever om te kunnen spreken van het ‘in vereniging’ plegen van geweld. Hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat in feit dat verdachte heeft verklaard dat ‘iedereen’ in gevecht betrokken was, besloten ligt dat verdachte opzet had op het in vereniging plegen van geweld. 2. Hof heeft zijn oordeel dat gedragingen van verdachte als aanvallend kunnen worden aangemerkt, gegrond op feit dat (i) verdachte zelf heeft verklaard dat hij achter aangever is aangerend om hem (vast) te pakken en (ii) dossier geen aanknopingspunten biedt dat aangever als eerste klap aan verdachte heeft uitgedeeld. Verwerping van beroep op noodweer is toereikend gemotiveerd. 3. Nu hof het aangevoerde kennelijk en niet onbegrijpelijk niet heeft opgevat als uos, hoefde hof in zijn uitspraak niet in te gaan op betrouwbaarheid van verklaringen van aangevers. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/328 en RvdW 2025/375.