Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/323
1. Niet onbegrijpelijk oordeel dat ook in periode na bomaanslag organisatie oogmerk had terroristische misdrijven te plegen. Toereikend gemotiveerd oordeel dat verdachte leider was van de organisatie. 2. Mede gelet op wetsgeschiedenis gaat middel uit van te beperkte en onjuiste uitleg van art. 83a Sr.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:293
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T.B. Trotman, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/04520
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:293, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1161, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
1. Het oordeel van het hof dat ook in de periode na de bomaanslag de organisatie het oogmerk had terroristische misdrijven te plegen is niet onbegrijpelijk. Ook het oordeel dat de verdachte de leider van die organisatie was is toereikend gemotiveerd. 2. Mede gelet op de wetsgeschiedenis gaat het middel uit van een te beperkte en daarmee onjuiste uitleg van art. 83a Sr.
Samenvatting
- 1.
Om redenen vermeld in de CAG faalt het middel. CAG: Het oordeel van het hof dat ook in de periode na de bomaanslag de organisatie het oogmerk had terroristische misdrijven te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.