RvdW 2025/364:Medeplegen invoer van 315,7 kg cocaïne (art. 2 onder A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. cocaïnetransport (art. 10a lid 1 Opiumwet), medeplegen bewerken en verwerken van cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet), medeplegen witwassen van geldbedrag en woning (420bis lid 1 sub b Sr), medeplegen verhandelen, overdragen en voorhanden hebben van (onderdelen van) (automatische) vuurwapens en munitie (art. 26 lid 1 WWM) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140 lid 1 Sr jo. art. 11b Opiumwet). 1. Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van 2 getuigen? 2. Schending van doorlaatverbod (art. 126ff lid 1 Sv). Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM, bewijsuitsluiting en/of strafvermindering i.v.m. vormverzuimen, art. 359a Sv. 3. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist op verweer dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan medeplegen invoer van 315,7 kg cocaïne? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/322, RvdW 2025/361, RvdW 2025/363, RvdW 2025/365, RvdW 2025/366, RvdW 2025/367, RvdW 2025/368, RvdW 2025/369, RvdW 2025/370, RvdW 2025/371 en RvdW 2025/373.