RvdW 2025/358:Opzettelijk voorhanden hebben van limonades en vruchtensappen uit Luxemburg waarover geen aangifte verbruiksbelasting is gedaan door eigenaar van groothandel in dranken, art. 39 lid 1 sub b Wet op verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Beginpunt van redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof gelet op verweer van raadsman oordelen dat niet datum van verhoor van verdachte door douane maar betekening van dagvaarding in e.a. heeft te gelden als beginpunt van redelijke termijn? Hof heeft geoordeeld dat, anders dan namens verdachte is aangevoerd, redelijke termijn in e.a. niet is aangevangen op moment dat verdachte werd gehoord door douane. Nu hof niet heeft gemotiveerd waarom dat moment niet kan worden aangemerkt als moment waarop verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem t.z.v. bepaald strafbaar feit door OM een strafvervolging zou worden ingesteld, is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk. HR doet de zaak zelf af en vermindert aan verdachte opgelegde geldboete van € 1.500 met € 150.