Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/320
Afwijzing van het aanhoudingsverzoek na een beroep op het aanwezigheidsrecht is niet onbegrijpelijk. Belangenafweging in het nadeel van de verdachte.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:290
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03764
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:290, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:86, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2023
- Wetingang
Essentie
Afwijzing van het aanhoudingsverzoek na een beroep op het aanwezigheidsrecht is niet onbegrijpelijk. Belangenafweging. Dat verdachte zijn kinderen moest ophalen, is zonder nadere toelichting geen klemmende omstandigheid die aan de aanwezigheid van de verdachte in de weg stond.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak. De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit HR 12 november 2019, NJ 2020/230, m.nt. P.A.M. Mevis. De raadsman van de verdachte heeft aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag gelegd dat de verdachte weliswaar ruim tevoren op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.