Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/333
Medeplegen van grootschalige hennepteelt in ondergrondse ruimte in schuur (art. 3 onder B Opiumwet) en voorhanden hebben van ploertendoder (art. 13 lid 1 WWM). 1. Bewijsklacht medeplegen hennepteelt. 2. Volstaan met opgave van bewijsmiddelen t.a.v. voorhanden hebben van ploeterdoder, art. 359 lid 3 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/334.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:281
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/03399
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:281, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1299, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑12‑2024
Essentie
Medeplegen van grootschalige hennepteelt in ondergrondse ruimte in schuur (art. 3 onder B Opiumwet) en voorhanden hebben van ploertendoder (art. 13 lid 1 WWM). 1. Bewijsklacht medeplegen hennepteelt. 2. Volstaan met opgave van bewijsmiddelen t.a.v. voorhanden hebben van ploeterdoder, art. 359 lid 3 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/334.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03399
Datum 18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2022, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.