RvdW 2025/348:Gewoonte maken van medeplegen uit winstbejag personen behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland door deze personen als chauffeur arbeid te laten verrichten in transportbedrijf, terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was, art. 197a lid 2 en art. 197a lid 4 Sr. Verhoudt art. 197b Sr zich tot art. 197a lid 2 Sr als bijzondere strafbepaling tot algemene strafbepaling a.b.i. art. 55 lid 2 Sr? In zijn prejudiciĆ«le beslissing (HR 18 februari 2025, RvdW 2025/325) heeft de HR geoordeeld dat art. 197b Sr t.o.v. art. 197a lid 2 Sr niet kan worden beschouwd als bijzondere strafbepaling a.b.i. art. 55 lid 2 Sr. ’s Hofs oordeel dat art. 55 lid 2 Sr niet aan toepassing van art. 197a lid 2 Sr in de weg staat, is dus juist. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met RvdW 2025/349.