Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/325
Prejudiciële beslissing. Artikel 197b Sr (tewerkstelling van wederrechtelijk in Nederland verblijvende vreemdelingen) verhoudt zich niet tot artikel 197a, tweede lid, Sr (mensensmokkel uit winstbejag door behulpzaamheid bij verblijf in Nederland) als een bijzondere strafbepaling tot een algemene strafbepaling in de zin van artikel 55, tweede lid, Sr.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:228
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, C. Caminada, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
24/03441 PJV
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Vreemdelingenrecht / Bijzondere onderwerpen
Arbeidsrecht / Arbeidsmarktbeleid en -bemiddeling
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:228, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1379, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële beslissing. De Rechtbank Oost-Brabant stelt verschillende prejudiciële vragen over het al dan niet bestaan van een specialiteitsverhouding (vgl. artikel 55, tweede lid, Sr) tussen de artikelen 197a, tweede lid, en 197b Sr. De Hoge Raad oordeelt — anders dan de A-G — dat zo’n specialiteitsverhouding niet bestaat en komt daarom niet toe aan de beantwoording van de tweede en derde prejudiciële vraag.
Samenvatting
Artikel 197b Sr bevat niet alle bestanddelen van artikel 197a lid 2 Sr, terwijl de wetsgeschiedenis geen dwingende aanknopingspunten bevat voor de opvatting dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.