RvdW 2025/452:Zware mishandeling van ex-partner door zijn hond opdracht te geven haar te bijten, art. 302 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van ex-partner en haar dochter. Kunnen verklaringen van ex-partner en haar dochter voor bewijs worden gebruikt? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Middel gaat er ten onrechte vanuit dat verklaring van dochter van ex-partner (tegen verbalisant) is gegeven terwijl ex-partner in ambulance werd gesproken door andere verbalisant. Uit p-v van bevindingen van verbalisant blijkt immers dat beide verklaringen, kort na elkaar, zijn afgelegd tegenover dezelfde verbalisant. Dat in p-v geen tijdstip is vermeld wanneer verklaringen zijn afgelegd, doet niet ter zake. In ’s hofs overwegingen ligt besloten dat dochter en ex-partner kort na incident onafhankelijk van elkaar hebben verklaard dat verdachte de hond de opdracht had gegeven om ex-partner te bijten. Hof heeft voorts vastgesteld dat zij ook in hun latere verklaringen op dit punt niet essentieel van hun eerste verklaringen zijn afgeweken. Gelet op deze vaststellingen is ’s hofs oordeel dat verklaringen van dochter en ex-partner consistent en daarom betrouwbaar en bruikbaar als bewijsmateriaal zijn, niet onbegrijpelijk en (ook in het licht van hetgeen ttz. in hoger beroep door verdediging is aangevoerd) toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.