RvdW 2025/463:Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 lid 1 Sr), misbruik maken van identificerende persoonsgegevens, meermalen gepleegd (art. 231b Sr) en diefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr). Nietigheid uitspraak, nu beëdiging raadsheer-plaatsvervanger die zitting had in meervoudige kamer hof niet had plaatsgevonden waardoor benoeming niet was ingegaan. Is uitspraak hof gewezen door vereist aantal raadsheren (art. 5 lid 2 RO)? Uit stukken, die zijn weergegeven in CAG ECLI:NL:PHR:2024:435, blijkt dat bedoelde persoon bij koninklijk besluit van 14 maart 2023 is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger ‘met als datum van indiensttreding de datum van beëdiging’. Op moment van uitspraak hof (op 27 oktober 2023) was deze persoon niet beëdigd als raadsheer-plaatsvervanger, zodat betreffende benoeming nog niet was ingegaan. Dat betekent dat arrest van meervoudige kamer hof niet door 3, maar door 2 raadsheren is gewezen en dat die uitspraak daarom nietig is o.g.v. art. 5 lid 2 RO (vgl. HR 6 oktober 2017, NJ 2018/373, m.nt. A.I.M. van Mierlo). Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2025/464.