Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/457
Weigering bloedonderzoek, art. 163 lid 6 WVW 1994. 1. Kunnen gedragingen van verdachte niet worden aangemerkt als het verlenen van medewerking aan bloedonderzoek, nu verdachte enkel heeft geweigerd ’s nachts af te reizen naar verderop gelegen politiebureau? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. rechtmatigheid van bloedonderzoek, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 18-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:406
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T.B. Trotman, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/04190
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:406, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:27, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑01‑2025
Essentie
Weigering bloedonderzoek, art. 163 lid 6 WVW 1994. 1. Kunnen gedragingen van verdachte niet worden aangemerkt als het verlenen van medewerking aan bloedonderzoek, nu verdachte enkel heeft geweigerd ’s nachts af te reizen naar verderop gelegen politiebureau? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. rechtmatigheid van bloedonderzoek, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04190
Datum 18 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 oktober 2022, nummer 23-000160-22, in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.