RvdW 2025/181:Aanwezig hebben van 539 hennepplanten, art. 3 onder C Opiumwet. 1. Heeft hof door p-v van expertise hennep als bewijsmiddel op te nemen acht geslagen op stukken die blijkens p-v van onderzoek ttz. in hoger beroep niet zijn voorgelezen en waarvan korte inhoud niet overeenkomstig art. 301 lid 3 Sv is medegedeeld? 2. Heeft hof een verklaring, die verdachte ttz. in hoger beroep (eerste ronde) heeft afgelegd, voor bewijs gebruikt zonder inhoud van dit b.m. voor te lezen of korte inhoud daarvan mee te delen? 3. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat er in bedrijfsruimte sprake is geweest van eerdere voltooide oogst, gevolgd door nieuwe kweek? 4. Heeft hof onschuldpresumptie geschonden door te overwegen dat kwekerij in bedrijfsruimte (ruim) meer dan 10 weken voorafgaand aan 13 november 2012 in bedrijf moet zijn geweest? HR: art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 15 juni 2021, NJ 2021/348, m.nt. W.H. Vellinga.