Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/200
Poging tot zware mishandeling (art. 302 lid 1 jo. art. 45 Sr). Laatste woord, art. 311 lid 4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311 lid 4 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 14-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:62
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/01232
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:62, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1071, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2024
Essentie
Poging tot zware mishandeling (art. 302 lid 1 jo. art. 45 Sr). Laatste woord, art. 311 lid 4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311 lid 4 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01232
Datum 14 januari 2025
ARREST
op het beroep in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.