RvdW 2025/184:Belaging ex-partner (art. 285b lid 1 Sr). Sanctietoemetingsbeslissing, oplegging gebiedsverbod en contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel a.b.i. art. 38v Sr. Duur vervangende hechtenis, art. 38w Sr. Kon hof bepalen dat vervangende hechtenis ‘voor elke maatregel afzonderlijk’ maximaal 6 maanden bedraagt? Rechter kan aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen waaraan meerdere in art. 38v lid 2 Sr genoemde verplichtingen worden verbonden. Daarbij bepaalt rechter overeenkomstig art. 38w lid 2 Sr duur van vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan maatregel (aan een aan die maatregel verbonden verplichting) wordt voldaan. O.g.v. art. 38w lid 3 Sr geldt van rechtswege dat totale duur van ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt (vgl. HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:841). Sanctietoemetingsbeslissing van hof moet, wat betreft oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel, zo worden verstaan dat aan verdachte 1 vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd waarbij verdachte wordt bevolen zich niet op te houden in bepaald gebied en tevens wordt bevolen zich te onthouden van contact met bepaalde persoon, en dat duur van vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan 1 van die verplichtingen wordt voldaan 7 dagen bedraagt, waarbij o.g.v. art. 38w lid 3 Sr van rechtswege geldt dat totale duur van ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt. Verdachte heeft daarom geen belang bij middel. Volgt verwerping.