Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/179
Zware mishandeling van zijn buurman door met hamer op diens rechterhand te slaan, art. 302 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten en afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot nader onderzoek. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft t.a.v. letsel (botfractuur in rechterhand) vastgesteld dat dit van dien aard was dat medisch ingrijpen noodzakelijk is gebleken en dat t.t.v. het wijzen van arrest nog geen uitzicht was op (volledig) herstel. ’s Hofs oordeel dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel is toereikend gemotiveerd. Hetgeen raadsman naar voren heeft gebracht t.a.v. 112-meldingen heeft hof niet aangemerkt als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt maar als onderbouwing van bewijsverweer/alternatief scenario. Hof heeft verzoek om nader onderzoek door deskundige te laten verrichten afgewezen, omdat noodzaak daartoe ontbreekt. Nu het gaat om verzoek ex art. 328 jo. art. 315 Sv heeft hof de juiste maatstaf aangelegd. ’s Hofs oordeel is ook in het licht van wat door verdediging is aangevoerd voldoende gemotiveerd. Volgt verwerping.
HR 14-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:58
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
22/03333
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:58, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1290, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑2024
Essentie
Zware mishandeling van zijn buurman door met hamer op diens rechterhand te slaan, art. 302 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten en afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot nader onderzoek. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft t.a.v. letsel (botfractuur in rechterhand) vastgesteld dat dit van dien aard was dat medisch ingrijpen noodzakelijk is gebleken en dat t.t.v. het wijzen van arrest nog geen uitzicht was op (volledig) herstel. ’s Hofs oordeel dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel is toereikend gemotiveerd. Hetgeen raadsman naar voren heeft gebracht t.a.v. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.