Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/198
Verkrachting (meermalen gepleegd), art 242 (oud) Sr. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster, art. 359 lid 2 Sv. 2. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 3. Schakelbewijsconstructie. Zijn vastgestelde verschillen zodanig significant zijn dat zij afbreuk doen aan bewijswaarde van waargenomen overeenkomsten? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 14-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:82
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/04537
- Conclusie
​A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:82, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1165, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2024
Essentie
Verkrachting (meermalen gepleegd), art 242 (oud) Sr. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster, art. 359 lid 2 Sv. 2. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 3. Schakelbewijsconstructie. Zijn vastgestelde verschillen zodanig significant zijn dat zij afbreuk doen aan bewijswaarde van waargenomen overeenkomsten? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04537
Datum 14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.