Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/170
Cassatie in belang der wet. Procesrecht. Wraking lid-beroepsgenoot Centraal Tuchtcollege voor Gezondheidszorg wegens deelname aan dezelfde professionele werkgroep als beklaagde; maatstaf; objectief aanknopingspunt voor schijn van partijdigheid; kleine jurisdictie; gezichtspunten.
HR 17-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:87
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02772
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Tuchtrecht
Burgerlijk procesrecht / Overige rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:87, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:858, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑08‑2024
- Wetingang
Art. 6 EVRM; art. 63 Wet BIG; art. 512-524 Sv
Essentie
Cassatie in belang der wet. Procesrecht. Wraking lid-beroepsgenoot Centraal Tuchtcollege voor Gezondheidszorg wegens deelname aan dezelfde professionele werkgroep als beklaagde; maatstaf; objectief aanknopingspunt voor schijn van partijdigheid; kleine jurisdictie; gezichtspunten.
Samenvatting
Uitgangspunt is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat hij jegens de verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Er is geen algemene regel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.