Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/171
Onrechtmatige overheidsdaad. Strafvordering. Tenuitvoerlegging in Nederland van in België opgelegde vrijheidsstraf op grond van Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties. Bevoegdheid van art. 6:2:10 lid 4 onder a Sv om toepassing te geven aan Belgische regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling.
HR 17-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:88
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, M.J. Borgers, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/02645
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Overdracht en overname strafvervolging
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:88, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:901, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑09‑2024
Essentie
Onrechtmatige overheidsdaad. Strafvordering. Tenuitvoerlegging in Nederland van in België opgelegde vrijheidsstraf op grond van Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties. Bevoegdheid van art. 6:2:10 lid 4 onder a Sv om toepassing te geven aan Belgische regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02645
Datum 17 januari 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.