Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/190
Medeplegen hennepteelt in slaapkamer van woning van verdachte, art. 3 onder B Opiumwet. Bewijsklacht. Heeft hof voldaan aan bijzonder motiveringsvoorschrift van art. 360 Sv door verklaring van anoniem gebleven persoon a.b.i. art. 344a lid 3 Sv voor bewijs te gebruiken zonder gemotiveerd oordeel te geven over betrouwbaarheid van die verklaring? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/187, RvdW 2025/188 en RvdW 2025/191.
HR 14-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:6
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/00422
- Conclusie
​A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:6, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1419, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2024
Essentie
Medeplegen hennepteelt in slaapkamer van woning van verdachte, art. 3 onder B Opiumwet. Bewijsklacht. Heeft hof voldaan aan bijzonder motiveringsvoorschrift van art. 360 Sv door verklaring van anoniem gebleven persoon a.b.i. art. 344a lid 3 Sv voor bewijs te gebruiken zonder gemotiveerd oordeel te geven over betrouwbaarheid van die verklaring? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/187, RvdW 2025/188 en RvdW 2025/191.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00422
Datum 14 januari 2025 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.