Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/324
Bij oordeel of verschoningsrecht moet wijken voor belang van waarheidsvinding had rechtbank moeten beoordelen of sprake is van gegevens die redelijkerwijs in zodanig direct verband staan met het strafbare feit, dat deze kunnen dienen om waarheid aan het licht te brengen. Hierbij geldt niet vereiste dat aanwijzingen blijken dat het betreffende Signalbericht geen verband houdt met ‘een normale advocaat-cliënt relatie’.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:302
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/04645 Bv
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
Juridische beroepen / Advocaat
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:302, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1387, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
De rechtbank heeft tot uitgangspunt genomen dat de op de in beslag genomen iPhone aangetroffen Signalberichten onder het verschoningsrecht van de klager vallen en dat zich in deze zaak zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het verschoningsrecht van de klager moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding. Gelet hierop had de rechtbank moeten beoordelen of ook wat betreft het ‘Signalbericht ([gebruikersnaam 1] — [klager])’ sprake is van gegevens die redelijkerwijs in een zodanig direct verband staan met het strafbare feit waarvan het vermoeden bestaat dat dit is begaan, dat deze gegevens kunnen dienen om de waarheid aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.