Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.11.8:8.11.8 Het voorkomen van contrafeitelijk redeneren
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.11.8
8.11.8 Het voorkomen van contrafeitelijk redeneren
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459074:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Eeuwijk e.a. 2015, p. 17.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wijze waarop de verzoeker zijn zaak presenteert is, zoals in § 8.11.2 al opgemerkt, altijd causaal: de rechtspersoon is door zijn handelen verantwoordelijk voor het onheil dat de verzoeker is overkomen. Wanneer er terug wordt gekeken is er altijd een moment aan te wijzen waarop de rechtspersoon anders had kunnen handelen. De verzoeker houdt in het verzoekschrift de Ondernemingskamer en, nadat het onderzoek is gelast, de onderzoekers, een scenario voor waarin het onheil hem niet zou zijn overkomen indien de rechtspersoon anders zou hebben gehandeld. De verzoeker nodigt de onderzoekers uit om de volgende vraag te beantwoorden: als de rechtspersoon anders had gehandeld dan hij heeft gedaan, zou dan de ongunstige afloop zijn vermeden? Deze manier van redeneren wordt contrafeitelijk redeneren genoemd en helpt niet om uit te zoeken wat de achterliggende redenen zijn waarom de rechtspersoon op een bepaalde manier heeft gehandeld. Bij contrafeitelijk redeneren is men geneigd om als alternatief een andere beslissing aan een andere uitkomst te koppelen. Dit zorgt voor een toename van het risico op hindsight bias, omdat er structuur en lineariteit aan losstaande gebeurtenissen wordt gehangen, terwijl die in werkelijkheid niet bestonden (de rechtspersoon heeft immers in werkelijkheid niet zo gehandeld als hij volgens de verzoeker had behoren te handelen) of voor de rechtspersoon toen niet duidelijk waren (hij verwachtte de onfortuinlijke uitkomst niet: anders zou hij waarschijnlijk niet zo hebben gehandeld).1
Om contrafeitelijk redeneren te voorkomen, moeten de onderzoekers zich ervan bewust zijn dat het irrelevant is of de rechtspersoon door anders te handelen het onheil dat is geschied, had kunnen voorkomen. Het handelen van de rechtspersoon moet los van de uitkomst van dat handelen worden beoordeeld. Daarom is het zo belangrijk dat de onderzoekers eerst de feitelijke situatie en de context vaststellen, alternatieve scenario’s bedenken die tot eenzelfde uitkomst hadden kunnen leiden en de toepasselijke norm vaststellen, alvorens zij hun oordeel geven.