Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.10
8.10 Isolerende strategieën
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455436:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ook de raden in de Ondernemingskamer zouden deze specifieke kennis en ervaring kunnen inbrengen.
Zie § 8.2.
Kahneman 2001, p. 11-12 en p. 234-244.
Uitzonderingen zijn denkbaar. Een rechter kan die ex ante ervaring hebben opgedaan in een vorige werkkring of bij de uitoefening van een nevenfunctie. Sommige raden in de Ondernemingskamer zullen mogelijk ook ex ante ervaring hebben en die ervaring inbrengen in de raadkamer. Hetzelfde zou kunnen gelden voor sommige rechter-plaatsvervangers, maar de inzet van rechter-plaatsvervangers met relevante ex ante ervaring is de laatste jaren sterk beperkt om de schijn van gebrek aan onafhankelijkheid te vermijden.
Zie § 1.3.
Dat is althans mijn eigen praktijkervaring. De eerste twintig jaar van mijn carrière heb ik mij vrijwel uitsluitend beziggehouden met het voeren van procedures. Pas toen ik zelf meer ging adviseren, heb ik ervaren hoe ingewikkeld het nemen van besluiten in complexe situaties is en hoeveel eenvoudiger het is om daarover met wetenschap achteraf te oordelen.
Vgl. Roese & Vohs 2012, p. 418-419; Teichman 2014, p. 359-360, die erop wijst dat de resultaten van onderzoek een gemengd beeld oproepen.
Op het eerste gezicht lijkt het onmogelijk in de enquêteprocedure een isolerende strategie te ontwikkelen om te voorkomen dat hindsight bias invloed heeft op de uitkomst van het onderzoek en, uiteindelijk, de beslissing van de Ondernemingskamer op het verzoek om wanbeleid vast te stellen. De veronderstelling bij de toepassing van isolerende strategieën is dat degenen die oordelen, in dit geval de onderzoekers en de Ondernemingskamer, biased zijn. De vraag is: hoe kan worden voorkomen dat de bias invloed heeft op hun oordeel? Ik denk niet dat het mogelijk is dit volledig te voorkomen. Wel is het wellicht mogelijk de invloed van hindsight bias op het oordeel te beperken.
Dit zou het geval kunnen zijn als de Ondernemingskamer onderzoekers benoemt van wie verwacht mag worden dat zij vanwege hun specifieke kennis en ervaring op het gebied waarop het onderzoek zich richt, minder vatbaar zijn voor hindsight bias dan op dit gebied minder ervaren onderzoekers en de Ondernemingskamer zelf.1 De redenering hierachter is dat hindsight bias, net als andere biases en heuristics, wordt veroorzaakt door Systeem 12 en dat ervaring bijdraagt aan een beter intuïtief oordeel.3
De Ondernemingskamer zou bijvoorbeeld (eventueel samen met een of twee andere onderzoekers) een onderzoeker kunnen benoemen die regelmatig ex ante het soort beslissingen heeft moeten nemen als waarover in het onderzoek een oordeel moet worden geveld. De toegevoegde waarde hiervan is gelegen in het feit dat deze onderzoeker iets meebrengt wat de ex post oordelende Ondernemingskamer ontbeert: de ex ante ervaring.4 In een (inquisitoire) enquêteprocedure,5 waarin het vaak gaat om het beoordelen van het handelen van ondernemingen, zou men kunnen denken aan een oud-bestuurder, die uit eigen ervaring weet hoe moeilijk het is om in een onzekere situatie op basis van vaak onvolledige informatie beslissingen te moeten nemen als die waar het in de procedure om gaat. Ook een advocaat met ruime ervaring in boardroom-advisering zal zich vermoedelijk beter kunnen verplaatsen in de dilemma’s waarmee bestuurders en commissarissen in dat soort situaties worden geconfronteerd.6
Dat wil niet zeggen dat daarmee het gehele probleem is opgelost. Uit onderzoek blijkt namelijk eveneens dat ook deskundigen door hindsight bias kunnen worden beïnvloed.7 Desalniettemin denk ik dat het benoemen van een onderzoeker met relevante ex ante ervaring een mogelijkheid kan zijn om beoordelingen op basis van hindsight bias te voorkomen.