Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.11.2:8.11.2 Het beschrijven van de feitelijke situatie en de context
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.11.2
8.11.2 Het beschrijven van de feitelijke situatie en de context
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454239:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verzoeker tot de enquête, bijvoorbeeld een aandeelhouder, zal in zijn procesinleiding zijn verhaal doorgaans presenteren volgens de volgende lijnen: er heeft zich een gebeurtenis voorgedaan met een ongunstige afloop, daardoor is mijn positie als aandeelhouder geschaad, dat is de schuld van de rechtspersoon en zijn (voormalige) bestuurders en commissarissen en daarom zijn zij voor het wanbeleid verantwoordelijk. Dit betoog is vaak bedoeld als een opstapje voor een aansprakelijkstelling van de rechtspersoon en/of zijn (voormalige) bestuurders en commissarissen. Een bekwaam advocaat zorgt ervoor dat het verhaal van de verzoeker zodanig wordt gebracht dat het overtuigingskracht heeft. Het verhaal van de verzoeker over de oorzaak van wat hem is overkomen, is daardoor van meet af aan causaal van aard: de rechtspersoon en zijn (voormalige) functionarissen zijn door hun handelen ontegenzeggelijk degenen die verantwoordelijk zijn voor het onheil dat hem is overkomen. De complexe en daardoor vaak lastige (schuld)vraag hoe dit onheil kon plaatsvinden wordt in het verhaal van de verzoeker gesimplificeerd, gepersonaliseerd en gemoraliseerd.1 De rechtspersoon had in de ogen van de verzoeker anders kunnen handelen, waardoor het onheil zich niet had voorgedaan. Om die reden had hij ook anders behoren te handelen.
Door op deze wijze zijn verhaal te presenteren (en dat is uiteraard volstrekt legitiem), creëert de verzoeker een voedingsbodem voor hindsight bias bij de onderzoekers. De onfortuinlijke gebeurtenis lijkt zowel een onvermijdelijk als voorspelbaar gevolg van het handelen van de rechtspersoon en zijn (voormalige) functionarissen.2 Een goed verhaal verschaft een eenvoudige en coherente verklaring voor menselijk handelen. Mensen – en niets menselijks is de onderzoekers vreemd – kunnen zichzelf door dit ‘goede’ verhaal te geloven voor de gek houden.3
Omdat in het verhaal van de verzoeker de nadruk ligt op het handelen van de rechtspersoon, raken factoren die mede de ongunstige afloop van het handelen van de rechtspersoon hebben veroorzaakt, op de achtergrond. Te denken valt daarbij aan situationele, organisatorische en systeemfactoren.4 Hetzelfde geldt voor de invloed van de factor geluk of pech op de uitkomst.5 Om die reden dienen de onderzoekers allereerst in kaart te brengen welke factoren de handelwijze van de rechtspersoon kunnen hebben beïnvloed. Vragen die de onderzoekers zichzelf bijvoorbeeld zouden kunnen stellen zijn:
Wat was het probleem waarmee de rechtspersoon werd geconfronteerd?
Over welke informatie beschikte de rechtspersoon op dat moment; hoe betrouwbaar was die informatie; ontbrak er informatie die de rechtspersoon idealiter bij de beslissing had willen betrekken?
Hoe waren de besluitvorming en de informatievoorziening in de rechtspersoon georganiseerd?
Zijn de aanwezige procedures voor de besluitvorming gevolgd, of is daarvan afgeweken; zo ja, waarom is dat gebeurd?
Welke belangen speelden bij de te nemen beslissing een rol; wat is de relatie tussen deze verschillende belangen; wezen die belangen in dezelfde richting of juist in verschillende richtingen voor de te nemen beslissing?
Heeft de rechtspersoon het probleem en de verschillende daarbij spelende belangen onderkend?
Heeft de rechtspersoon de verschillende mogelijkheden om het probleem op te lossen geïdentificeerd?
Heeft de rechtspersoon toepasselijke (publiekrechtelijke) regels, soft law, standaarden en marktgebruiken in kaart gebracht?6
Heeft de rechtspersoon mitigerende maatregelen genomen om eventuele nadelen van het besluit beheersbaar te houden?
Hadden de rechtspersoon of zijn (voormalige) bestuurders en commissarissen persoonlijke belangen die de besluitvorming kunnen hebben beïnvloed?
Door dit soort vragen kunnen de onderzoekers de feitelijke situatie en de context in kaart brengen voordat zij hun oordeel geven. Welke vragen de onderzoekers zich in concreto kunnen stellen, hangt vanzelfsprekend af van de omstandigheden van het geval en de (rechts)norm(en) waarop de verzoeker zich beroept.7 Door te beginnen met het beantwoorden van de open onderzoeksvraag kunnen de onderzoekers voorkomen dat zij zich laten meenemen in het causale verhaal van de verzoeker.