Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.3
8.3 Hindsight bias
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455438:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Fischhoff 1975.
Fischhoff 1982, p. 341.
Blank e.a. 2008, p. 1409-1410; Roese & Vohs 2012, p. 412-416. Vgl. ook Eeuwijk e.a. 2015, p. 9, aan wie ik de samenvatting van het onderzoek van Blank e.a. 2008 heb ontleend.
Eeuwijk e.a. 2015, p. 10. Zie voorts Roese & Vohs 2012, p. 412-416.
Eeuwijk e.a. 2015, p. 10.
Wanneer beoordelaars weten dat de afloop van een gebeurtenis ongunstig is, zijn zij eerder geneigd te geloven dat iemand roekeloos heeft gehandeld. Deze heuristic wordt outcome bias genoemd. Hindsight bias en outcome bias zijn van elkaar onafhankelijk, maar kunnen beide een onrechtvaardig ex post oordeel over een ex ante gebeurtenis veroorzaken. Informatie over de afloop van een situatie kan dus op twee manieren de beoordeling van een besluit of gedraging in het verleden beïnvloeden. Outcome bias heeft betrekking op de kwaliteit van het in het verleden genomen besluit. Hindsight bias gaat over de voorspelbaarheid van een situatie en de geschatte waarschijnlijkheid van de afloop. In de werkelijkheid kunnen deze twee biases samenwerken. De meeste onderzoekers naar ex post beoordelingen van ex ante gedrag hebben om die reden ook geen poging gedaan om het gevolg van deze twee biases afzonderlijk van elkaar te onderzoeken. In de literatuur worden outcome bias en hindsight bias daarom vaak naast elkaar of als één fenomeen beschreven, zonder dat onderscheid tussen de twee biases wordt gemaakt. Vgl. Baron & Hershey 1988, p. 570; Rachlinski 1998, p. 581; Peters 1999, p. 1282-1283 ; Eeuwijk e.a. 2015, p. 7-8. Omdat het voor de rest van mijn betoog niet nodig is om hindsight bias en outcome bias te onderscheiden, spreek ik in het navolgende kortweg over hindsight bias.
De eerste die experimenteel heeft aangetoond dat mensen de voorspelbaarheid van gebeurtenissen in het verleden overschatten, is Fischhoff.1 Hij beschrijft het fenomeen hindsight bias aldus:
“In hindsight, people consistently exaggerate what could have been anticipated in foresight. They not only tend to view what has happened as having been inevitable but also to view it as having appeared ‘relatively inevitable’ before it happened. People believe that others should have been able to anticipate events much better than was actually the case.”2
Het fenomeen hindsight bias kan volgens Blank e.a. worden opgedeeld in drie com-ponenten:3 ‘impression of necessity’ of ‘inevitability’ (gevoel van onvermijdelijkheid), ‘impression of foreseeability’ (gevoel van voorspelbaarheid) en ‘memory distortions’ (vervormingen van het geheugen). Gevoel van onvermijdelijkheid verwijst naar een, terugkijkend, toegenomen waarschijnlijkheid of gepercipieerde onvermijdelijkheid van de uitkomst. Wanneer de uitkomst bekend is, lijkt deze waar-schijnlijker, noodzakelijker of onvermijdelijker dan zij leek voordat zij bekend was.
Gevoel van voorspelbaarheid beschrijft het idee de afloop altijd al geweten te hebben, of het idee de afloop te hebben kunnen voorspellen, voordat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvond. Mensen neigen achteraf te denken dat zij van tevoren de uitkomst hadden kunnen voorspellen. Vervormingen van het geheugen brengen mee dat men zich na een gebeurtenis het eigen oordeel en de eigen verwachtingen anders herinnert. Deze vertekening is meestal in de richting van de afloop van de gebeurtenis, waardoor herinneringen meer aansluiten bij de afloop.
Het verschil tussen de drie componenten wordt duidelijk door de wijze waarop men redeneert na een slechte afloop. Bij voorspelbaarheid hoort iets als: “Ik wist dat het ging gebeuren.” Het idee van onvermijdelijkheid blijkt uit een uitspraak als: “Het heeft zo moeten zijn.” Bij vervormingen van het geheugen wordt bijvoorbeeld gezegd: “Ik zei toch dat het zou gebeuren?!” In werkelijkheid zijn deze componenten vaak niet zo sterk te scheiden. Zij putten uit dezelfde cognitieve processen en vloeien daardoor deels samen.4
Bij onderzoekers en rechters speelt de component vervormingen van het geheugen in de regel niet, omdat zij doorgaans niet zelf betrokken zijn bij de gebeurtenissen die aanleiding tot het geschil hebben gegeven. De beide andere componenten van hindsight bias zijn uiteraard voor onderzoekers en rechters wél relevant, en kunnen een valkuil vormen. Bij het oordelen over een beslissing in het verleden is de voorspelbaarheid belangrijker dan het objectieve onvermijdelijke van een gebeurtenis. De voorspelbaarheid is cruciaal, omdat de vraag die voorligt, is of de betrokkenen beter hadden moeten weten en met de beschikbare kennis anders hadden moeten handelen.5
Nauw verwant met hindsight bias is outcome bias. Deze bias leidt ertoe dat de ongunstige uitkomst het oordeel over de kwaliteit van de in het verleden genomen beslissing negatief beïnvloedt.6