Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.8.1:8.8.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.8.1
8.8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS457856:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voetnoot 8.
Op rechtspraak.nl heb ik door gebruik te maken van filters gezocht op uitspraken van de Hoge Raad en alle gerechtshoven en rechtbanken op het gebied van het burgerlijk recht. De zoekopdracht is uitgevoerd op 24 maart 2016.
In bijna een derde van alle Amerikaanse effectenrechtelijke uitspraken gaat de rechter uitdrukkelijk in op het risico van hindsight bias. Zie Gulati, Rachlinski & Langevoort 2005, p. 4.
Zie § 5.3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in § 8.1 opgemerkt1, heb ik in drie voor een ieder ter inzage gelegde onderzoeksverslagen een opmerking over het voorkomen van hindsight bias aangetroffen. Deze opmerkingen zijn echter zo summier dat zij geen aanknoping bieden voor nader onderzoek. Om die reden heb ik breder, niet alleen beperkt tot het enquêterecht, onderzocht hoe vaak er in de Nederlandse civiele rechtspraak aandacht wordt gevraagd voor het effect van oordelen met hindsight. Daartoe heb ik in de op rechtspraak.nl gepubliceerde jurisprudentie gezocht op de zoektermen ‘hindsight bias’ en ‘wetenschap achteraf’.2 De zoekterm ‘hindsight bias’ leverde 18 uitspraken op, waarvan er 15 min of meer relevant waren. De zoekterm ‘wetenschap achteraf’ leverde 22 uitspraken op, waarvan er echter maar 8 relevant waren en 3 al waren gevonden met de zoekterm ‘hindsight bias’. Totaal gaat het dus om 20 uitspraken waarin de rechter hetzij ambtshalve, hetzij in reactie op een verweer iets heeft overwogen over oordelen met hindsight bias. Deze uitspraken hebben betrekking op de volgende onderwerpen: enquêterecht (4, waarvan 3 in dezelfde zaak), overtreding van de Wft (niet-tijdig bekendmaken koersgevoelige informatie: 1), aansprakelijkheid van een bank voor beleggingsdiensten (1), medische aansprakelijkheid (5), beroepsaansprakelijkheid taxateur (1), beroepsaansprakelijkheid dierenarts (1), aansprakelijkheid jeugdinrichting (1), aansprakelijkheid GGZ-inrichting (1), aansprakelijkheid Staat (2), aansprakelijkheid toezichthouder (1), octrooirecht (1) en de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper van een auto (1). Van deze uitspraken zijn er 9 gewezen door een rechtbank, 6 door een hof (waarvan 3 door de Ondernemingskamer) en 1 door de Hoge Raad. De overige 4 ‘uitspraken’ zijn geen uitspraken maar conclusies in cassatie, die afzonderlijk in de database van rechtspraak.nl worden opgenomen.
Het aantal uitspraken dat ik zo heb gevonden is veel lager dan ik had verwacht.3 Kennelijk komt het toch maar weinig voor dat het verweer van de verweerder de rechter aanleiding geeft iets te overwegen over het risico van hindsight bias. In het navolgende analyseer ik de uitspraken die betrekking hebben op het enquêterecht en op de beweerdelijke overtreding van de Wft, wat immers ook in een enquêteprocedure aan de orde zou kunnen komen.4 Achtereenvolgens bespreek ik Fortis, Meavita en Super de Boer, en de wijze waarop de rechter daarin met het risico van hindsight bias is omgegaan.