Totdat het tegendeel is bewezen
Einde inhoudsopgave
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/III.5.3:III.5.3 Voor schuldvaststelling relevante feiten
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/III.5.3
III.5.3 Voor schuldvaststelling relevante feiten
Documentgegevens:
J.H.B. Bemelmans, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
J.H.B. Bemelmans
- JCDI
JCDI:ADS599788:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de vraag welke voorwaarden voor strafbaarheid het strafrecht stelt en/ of behoort te stellen, staat de vraag over welke voorwaarden voor strafbaarheid de bewijsdimensie zich uitstrekt. Anders gezegd: geldt de onschuldpresumptie uitsluitend voor de feiten die moeten worden vastgesteld om tot een bewezenverklaring te kunnen komen of is de bewijsdimensie ook van toepassing op geschillen over bijvoorbeeld de geldigheid van de dagvaarding, de rechtmatigheid van de bewijsverkrijging of de hoogte van straf? Welke feiten relevant zijn is niet zo eenvoudig te bepalen. Bewijs en bewijsrecht zien naar Nederlands recht enkel op de voor beslissing op de eerste hoofdvraag van artikel 350 Sv relevante feiten. Een internationaal mensenrecht schikt zich echter niet noodzakelijk naar zo’n systeem. Een geschikt autonoom afbakeningscriterium springt niet in het oog. De theoretische grondslagen voor de bewijsdimensie bieden enige handvatten.
III.5.3.1 Rechtsvragen en processuele feitenIII.5.3.2 Bestanddelen van de delictsomschrijvingIII.5.3.3 Kwalificatie- en strafuitsluitingsgrondenIII.5.3.4 Andere strafwaardigheidsvoorwaardenIII.5.3.5 Straftoemeting