Totdat het tegendeel is bewezen
Einde inhoudsopgave
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VII.4:VII.4 Bewijslastverdeling in het Nederlandse strafproces?
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VII.4
VII.4 Bewijslastverdeling in het Nederlandse strafproces?
Documentgegevens:
J.H.B. Bemelmans, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
J.H.B. Bemelmans
- JCDI
JCDI:ADS593976:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. De Bosch Kemper 1838-1840, derde deel, p. 520; Modderman 1867, p. 56-59; Langemeijer 1931; Enschedé 1966, p. 505-507; Melai 1968, p. 91-95; Reijntjes 1980, p. 78; Corstens 2008, p. 666-667; Dubelaar 2014, p. 23; Gritter 2014, p. 257. Vgl. ook Simmelink 2001, p. 437. Nijboer meent dat “in strikte zin” van een bewijslastverdeling geen sprake is. Zie Nijboer 2011, p. 29-30.
Zie uitvoerig § III.3.3 en III.3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bewijsdimensie schrijft ten tweede voor dat de bewijslast bij de overheid ligt. Aan de vraag of het Nederlandse strafproces de bewijslast inderdaad bij de overheid legt, gaat evenwel nog een reële vraag vooraf, te weten of in het Nederlandse strafproces eigenlijk wel van bewijslast en bewijslastverdeling kan worden gesproken. Daarover bestaat in de literatuur discussie. Vanwege enkele kenmerken van het stelsel is al vanaf de negentiende eeuw het heersende standpunt dat in het strafrecht geen bewijslast bestaat.1 Die opvatting moet worden genuanceerd. Daarbij is van belang dat naar het concept bewijslast vanuit twee perspectieven kan worden gekeken.2 Het bewijsrisico bepaalt kort gezegd wie bij rechtens relevante twijfel een procedure verliest. De bewijsvoeringslast heeft betrekking op de vraag welke procesdeelnemer geroepen is tot het aandragen van bewijsmateriaal. De tegen de idee van bewijslastverdeling geopperde bezwaren staan aan gedachtevorming over het bewijsrisico mijns inziens niet in de weg. Wel brengen zij mee dat bewijsvoeringslasten in het strafrecht niet op dezelfde wijze voorkomen als in het civiele recht en in het bestuursrecht. Ik licht dit standpunt toe.
VII.4.1 Redenen voor afwijzing van bewijslast(verdeling) in strafzakenVII.4.2 Bewijsrisico in het Nederlandse strafprocesVII.4.3 Bewijsvoeringslast in het Nederlandse strafprocesVII.4.4 Consequenties voor de betekenis van de bewijsdimensie