Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/8.4
8.4 Verklaringen voor het ontstaan van hindsight bias
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459076:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze paragraaf is grotendeels gebaseerd op Rachlinski 1998, p. 582-586. Vgl. ook Roese & Vohs 2012, p. 412-416; Deelen 2016, p. 476-479.
Dit voorbeeld is van mijn hand en ik heb geen onderzoek gedaan naar de juistheid van de eraan ten grondslag liggende hypothese. Ik geef dit voorbeeld omdat het illustreert hoe de just world-theorie het oordeel van rechters zou kunnen beïnvloeden. Of dat in werkelijkheid het geval is (geweest), valt niet na te gaan omdat er geen ex ante oordelen van rechters beschikbaar zijn. Voor de goede orde vermeld ik dat ik regelmatig als (cassatie)advocaat voor Dexia optreed, dat financiële producten als hier bedoeld aan consumenten heeft verkocht.
Dit is een fundamentele attributiefout. Zie over het verband tussen de just world-theorie en fundamentele attributiefouten Giard 2016, p. 33-34.
Fischhoff 1975.
Kahneman 2011, p. 199.
Pezzo 2003, p. 422-423. Zie ook Kahneman & Miller 2002, m.n. p. 349.
Eeuwijk e.a. 2015, p. 10.
Rachlinski 1998, p. 585-586.
In de literatuur is een drietal theorieën ontwikkeld die verklaren waarom een bekende uitkomst voor de beoordelaar moeilijk is te negeren.1 Twee van de theorieën om hindsight bias te verklaren zijn motivational: zij rekenen de bias toe aan de behoeften en verlangens van de beoordelaar. De derde theorie is cognitief, en gaat er vanuit dat de bias wordt veroorzaakt door de mentale strategieën waar mensen zich op baseren als zij in hindsight moeten oordelen. Voor de beide motivational theorieën zijn experimenteel wel aanwijzingen gevonden, maar zij zijn niet onomstotelijk bewezen. De cognitieve verklaring voor het ontstaan van hindsight bias wordt algemeen aanvaard als de beste verklaring van dit fenomeen.
De eerste theorie om hindsight bias te verklaren is de just world-theorie. De idee hierachter is dat mensen de wereld om hen heen als stabiel en voorspelbaar willen zien. Mensen voelen zich dan zekerder. Degenen die door deze idee aangetrokken worden, geloven dat personen gewoon krijgen wat zij verdienen. Deze theorie zou, om een voorbeeld te geven buiten het enquêterecht, kunnen verklaren waarom rechters heel kritisch zijn ten opzichte van financiële instellingen die producten hebben verkocht waardoor consumenten, naar achteraf blijkt, schade hebben geleden.2 In hun – ideale – wereldbeeld past het niet dat aan consumenten producten zijn verkocht die voor hen nadelig zijn. De consument verdient het niet om met de schade te blijven zitten. De financiële instelling moet dus wel haar zorgplicht ten opzichte van de consument hebben geschonden.3 Dat de consument deze schade zou leiden, lijkt onvermijdbaarder en voorzienbaarder dan bij een ex ante oordeel het geval zou zijn geweest.
De tweede theorie om hindsight bias te verklaren is impression management. De meeste mensen zien graag dat anderen hen zien als intelligent en scherpzinnig, en daardoor overschatten zij hun vermogen om uitkomsten te voorspellen. Zij denken dat zij met hun intelligentie wel de uitkomst hadden kunnen voorspellen, zelfs als anderen dat niet hebben gekund. Uit onderzoek blijkt dat impression management alléén hindsight bias niet kan verklaren. Wel blijkt dat impression management de omvang van de hindsight bias kan vergroten. Of impression management het oordeel van onderzoekers en de Ondernemingskamer beïnvloedt, valt niet met zekerheid vast te stellen, omdat dit uit onderzoeksverslagen en de motivering van tweedefasebeschikkingen van de Ondernemingskamer niet valt af te leiden.
De derde en algemeen aanvaarde theorie om hindsight bias te verklaren is een cognitieve: hindsight bias is een product van het denkproces dat mensen doorlopen als zij met wetenschap achteraf oordelen. De kernachtige omschrijving van Fischhoff, creeping determinism, die zich niet eenvoudig in het Nederlands laat ver talen, beschrijft het beste de cognitieve theorie die hindsight bias verklaart.4 Volgens deze theorie integreren mensen een uitkomst en de gebeurtenissen die daaraan voor afgingen in een coherent verhaal. Zodra de beoordelaar kennis krijgt van de uitkomst van een gebeurtenis assimileert hij deze informatie in wat hij al over de gebeurtenis weet. Als de beoordelaar dit doet, schrijft hij de uitkomst toe aan onverwachte omstandigheden, en maakt hij deze omstandigheden daardoor belangrijker dan zij ex ante leken. Mensen downplayen ook het belang van voorafgaande feiten die waarschijnlijk hadden geleid tot alternatieve uitkomsten. Een goed verhaal verschaft een eenvoudige en coherente verklaring voor menselijk handelen en menselijke intenties. Door dit ‘goede’ verhaal te geloven, kunnen mensen zichzelf voor de gek houden.5 Zelfs als de beoordelaar in staat is zijn kennis van de uitkomst te onderdrukken, is hij niet in staat de inzichten die hij van deze uitkomst heeft geleerd, te vergeten. Dit is een valkuil voor de onderzoekers én de Ondernemingskamer. Zij rechtvaardigen hun oor- deel respectievelijk beslissing namelijk nogal eens door een check te doen of het ver haal ‘rond’ loopt, oftewel coherent is.
Volgens Pezzo kan ons verklarend vermogen ervoor zorgen dat hindsight versterkt of afgezwakt wordt. Belangrijke onderdelen daarbij zijn ‘de verklaring’ en ‘de verrassing’.6 Volgens deze theorie is het actief zoeken naar een verklaring essentieel voor het ontstaan van hindsight bias. Als wij verrast zijn door een afloop proberen wij actief naar verklaringen te zoeken voor deze afloop. Als het makkelijk lukt om verklaringen te vinden voor de afloop, dan neemt de kans op hindsight bias toe. Als het echter niet lukt om met verklaringen te komen, dan lijkt de situatie oncontroleerbaar en onverklaarbaar en neemt de kans op hindsight bias af.7
Creeping determinism verklaart ook waarom het toevoegen van meer informatie de omvang van de bias doet toenemen. Hoe meer voorafgaande feiten kunnen worden geïntegreerd in een verklaring van de uitkomst, des te onvermijdelijker de uitkomst lijkt te zijn.8