Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/12.1:12.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/12.1
12.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459052:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De enquêteprocedure heeft zich sinds 1971 ontwikkeld tot de belangrijkste procedure waarin ondernemingsrechtelijke geschillen worden beslist. In deze procedure kan de Ondernemingskamer in een declaratoire uitspraak vaststellen dat er sprake is geweest van wanbeleid van een rechtspersoon en wie voor dat wanbeleid verantwoordelijk is. Verder kan de Ondernemingskamer voorzieningen treffen. Ook kan zij (voormalige) bestuurders, commissarissen en werknemers die voor een onjuist beleid of een onbevredigende gang van zaken verantwoordelijk zijn, veroordelen de kosten van het onderzoek te vergoeden aan degene die deze kosten heeft betaald.
De kern van de enquêteprocedure is het onderzoek. Door de Ondernemingskamer benoemde onderzoekers hebben als taak een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon en daarover schriftelijk verslag uit te brengen. De Ondernemingskamer kan alleen wanbeleid vaststellen en voorzieningen treffen op basis van het verslag. Evenzo kan de Ondernemingskamer alleen kostenverhaal toestaan als het verslag daarvoor een aanknopingspunt biedt.
De enquêteprocedure is in 1971 opgezet als een procedure die gebruikt kon worden om, als het daarmee niet goed gaat, binnen de rechtspersoon en de door hem gedreven onderneming orde op zaken te stellen. In de jurisprudentie zijn de doeleinden van de enquêteprocedure uitgebreid. Die doeleinden zijn (in de terminologie van de Hoge Raad) de sanering van en het herstel van gezonde verhoudingen door maatregelen van reorganisatorische aard binnen de onderneming van de betrokken rechtspersoon, de opening van zaken, het vaststellen van de verantwoordelijkheid voor mogelijk blijkend wanbeleid en het beschermen van een minderheid van aandeelhouders en certificaathouders tegen (mogelijk) machtsmisbruik door de meerderheid. Bij het eerste door de Hoge Raad genoemde doel van de enquêteprocedure, kort gezegd: orde op zaken stellen, staat het belang van de rechtspersoon centraal. Dat belang van de rechtspersoon verschuift meer naar de achtergrond bij de andere door de Hoge Raad genoemde doeleinden. Die maken het voor de verzoeker mogelijk de enquêteprocedure instrumenteel te gebruiken, namelijk voor het bereiken van doeleinden die buiten het enquêterecht zelf zijn gelegen. De jurisprudentie van de Hoge Raad heeft zich zo ontwikkeld dat mits maar een of meer van de doeleinden van het enquêterecht verwezenlijkt kunnen worden, het is toegestaan dat een verzoeker met de enquête mede zijn eigen vermogensrechtelijke belangen dient.
Het feit dat verzoekers de enquêteprocedure instrumenteel mogen gebruiken om hun eigen vermogensrechtelijke belangen na te streven, brengt mee dat de behoefte van de verwerende partijen (de rechtspersoon en zijn (voormalige) bestuurders, commissarissen en werknemers) aan rechtsbescherming is toegenomen. Die behoefte aan rechtsbescherming doet zich in drie verschillende fases voor:
tijdens de onderzoeksfase;
tijdens de zogenaamde tweedefaseprocedure (een verzoek om wanbeleid vast te stellen of voorzieningen te treffen als bedoeld in artikel 2:355 BW of een verzoek om kostenverhaal als bedoeld in artikel 2:354 BW);
tijdens een eventuele vervolgprocedure bij de civiele rechter.
Mijn onderzoek richt zich op de onderzoeksfase. Rechtsbescherming is een groot goed, maar heeft het nadeel dat het onderzoek daardoor juridiseert. Het onderzoek wordt formeler, duurt langer en wordt daardoor kostbaarder. Voor sommige enquêtes is dat gewenst, maar voor andere juist niet, omdat snelheid is geboden of de draagkracht van de rechtspersoon beperkt is. Om die reden is het van belang om onderscheid te maken tussen de verschillende typen enquêteprocedures.