Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/750
Uitlokking van schriftelijke bedreiging onder voorwaarden, art. 285 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht t.a.v. zinsnede ‘en (…) brand is gesticht bij deze woning’. Kennelijke misslag in bewezenverklaring? Bewezenverklaring houdt in dat medeverdachte de dochter van persoon met wie verdachte een zakelijk conflict heeft en haar familieleden heeft bedreigd door het achterlaten van brief met dreigende inhoud in brievenbus van haar woning en stichten van brand bij die woning en dat verdachte dit ‘vorenomschreven feit’ opzettelijk heeft uitgelokt. Hof heeft verdachte daarbij vrijgesproken van zinsnede ‘en/of waarbij na het achterlaten van deze brief’ die in tll. voorafgaat aan zinsnede: ‘en (…) brand is gesticht bij deze woning’. Verder heeft hof bewezenverklaarde gekwalificeerd als het uitlokken van schriftelijke bedreiging onder voorwaarden. Kennelijk is bij het uitstrepen van bewezenverklaring door vergissing de zinsnede ‘en (…) brand is gesticht bij deze woning’ blijven staan. HR leest de bewezenverklaring met verbetering van deze misslag. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/749.
HR 03-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:845
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/02613
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:845, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:377, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
Essentie
Uitlokking van schriftelijke bedreiging onder voorwaarden, art. 285 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht t.a.v. zinsnede ‘en (…) brand is gesticht bij deze woning’. Kennelijke misslag in bewezenverklaring? Bewezenverklaring houdt in dat medeverdachte de dochter van persoon met wie verdachte een zakelijk conflict heeft en haar familieleden heeft bedreigd door het achterlaten van brief met dreigende inhoud in brievenbus van haar woning en stichten van brand bij die woning en dat verdachte dit ‘vorenomschreven feit’ opzettelijk heeft uitgelokt. Hof heeft verdachte daarbij vrijgesproken van zinsnede ‘en/of waarbij na het achterlaten van deze brief’ die in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.