Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/1134
OM-cassatie. Oordeel dat handelingen verricht na inbeslagname verdovende middelen niet meer strekken tot invoer, verder vervoer en afleveren van die middelen, is ten aanzien van voorbereidings- of bevorderingshandelingen onjuist.
HR 21-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1580
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 november 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
21/03513
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1580, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:862, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑10‑2022
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. Het oordeel dat handelingen die worden verricht nadat de verdovende middelen in beslag zijn genomen niet meer strekken tot de invoer of het verdere vervoer en afleveren van die verdovende middelen, is ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde voorbereidings- of bevorderingshandelingen onjuist.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2001/338 en RvdW 2011/488 waaronder dat de voorbereiding of bevordering van een misdrijf ex art. 10 leden 4 en 5 Opiumwet in art. 10a lid 1 Opiumwet als zelfstandig delict strafbaar is gesteld. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.