Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/1144
Poging tot zware mishandeling door tijdens uitlaten van honden een andere man met een pijp op diens hoofd te slaan, nadat de hond van verdachte door andere hond was gebeten en die andere man op verdachte afkwam, art. 302 lid 1 Sr. Noodweer(exces), ontoereikende motivering van verwerping van verweer. ’s Hofs overweging maakt niet duidelijk of hof de feitelijke toedracht die verdachte en raadsman aan verweer ten grondslag hebben gelegd, niet aannemelijk heeft geoordeeld, dan wel of die toedracht een beroep op noodweer respectievelijk noodweerexces niet rechtvaardigt. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 21-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1611
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
21/04387
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1611, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:866, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑10‑2023
Essentie
Poging tot zware mishandeling door tijdens uitlaten van honden een andere man met een pijp op diens hoofd te slaan, nadat de hond van verdachte door andere hond was gebeten en die andere man op verdachte afkwam, art. 302 lid 1 Sr. Noodweer(exces), ontoereikende motivering van verwerping van verweer. ’s Hofs overweging maakt niet duidelijk of hof de feitelijke toedracht die verdachte en raadsman aan verweer ten grondslag hebben gelegd, niet aannemelijk heeft geoordeeld, dan wel of die toedracht een beroep op noodweer respectievelijk noodweerexces niet rechtvaardigt. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.