Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/1146
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto die op naam stond van klaagster (vennootschap onder firma) i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen een van de twee vennoten en ander t.z.v. verdenking van witwassen. Ontvankelijkheid cassatieberoep van inmiddels ontbonden vennootschap. 1. Is het hoogst onwaarschijnlijk dat strafrechter later verbeurdverklaring van auto zal bevelen? 2. Heeft Rb klaagster terecht niet-ontvankelijk verklaard in klaagschrift op de grond dat vennootschap is opgehouden te bestaan? Ad 1. Uit vaststellingen Rb volgt dat beslag op auto onder ander dan klaagster of eenmanszaak van een van de vennoten is gelegd. Daarmee doet zich het geval voor dat ander dan beslagene stelt rechthebbende te zijn en zich beklaagt over voortduren van beslag en uitblijven van last tot teruggave aan hem. In zo’n geval moet rechter a. beoordelen of belang van strafvordering het voortduren van beslag vordert en, zo nee, b. teruggave van inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan klager als deze redelijkerwijze als rechthebbende t.a.v. van dat voorwerp moet worden beschouwd. Belang van strafvordering houdt hierbij verband met veiligstellen van belangen waarvoor art. 94 Sv inbeslagneming toelaat. Belang van strafvordering vordert onder meer voortduren van beslag als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring van voorwerp zal bevelen. Rb heeft vastgesteld dat auto oorspronkelijk op naam van vennootschap heeft gestaan maar dat een van de vennoten steeds in die auto heeft gereden, bekeuringen van verkeersovertredingen heeft betaald en reparaties aan auto voor zijn rekening heeft genomen, waarbij deze situatie is voortgezet ook na einde van vennootschap. Op grond daarvan heeft Rb geoordeeld dat deze vennoot (en niet klaagster of eenmanszaak van andere vennoot) redelijkerwijze als rechthebbende op auto kan worden aangemerkt en dat, gelet op bevindingen van opsporingsonderzoek in relatie tot verdenking van met aan handel in drugs gerelateerd witwassen door deze vennoot en ander, niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter later verbeurdverklaring van auto zal bevelen, zodat belang van strafvordering voortduren van beslag vordert. Dit oordeel (waarin onder meer besloten ligt dat Rb oog heeft op mogelijke verbeurdverklaring van voorwerp dat toebehoort aan deze vennoot, dan wel geheel of ten dele door hem ten eigen bate kan worden aangewend) is niet onbegrijpelijk. Ad 2. HR laat klacht die zich richt tegen oordeel van Rb dat klaagster n-o is in klaagschrift, onbesproken. Uit beoordeling van andere klacht en wat hiervoor is vooropgesteld en overwogen over niet-onbegrijpelijk oordeel Rb m.b.t. toebehoren van auto aan vennoot, volgt immers dat klaagster niet redelijkerwijze als rechthebbende t.a.v. dat voorwerp moet worden beschouwd en zij dus (ervan uitgaande dat die klacht zou slagen) geen belang heeft bij vernietiging en terugwijzing van zaak naar Rb opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. HR kan cassatieberoep niet in behandeling nemen, nu middel faalt wegens gebrek aan belang en daarmee niet-ontvankelijkverklaring door Rb van klaagster in klaagschrift in stand blijft. Klager n-o. CAG: anders.
HR 21-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1609
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
22/02772
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1609, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:739, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑08‑2023
Essentie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto die op naam stond van klaagster (vennootschap onder firma) i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen een van de twee vennoten en ander t.z.v. verdenking van witwassen. Ontvankelijkheid cassatieberoep van inmiddels ontbonden vennootschap. 1. Is het hoogst onwaarschijnlijk dat strafrechter later verbeurdverklaring van auto zal bevelen? 2. Heeft Rb klaagster terecht niet-ontvankelijk verklaard in klaagschrift op de grond dat vennootschap is opgehouden te bestaan? Ad 1. Uit vaststellingen Rb volgt dat beslag op auto onder ander dan klaagster of eenmanszaak van een van de vennoten is gelegd. Daarmee doet zich het geval ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.