Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/1148
Herziening. Belaging (art. 285b lid 1 Sr), bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285 lid 1 Sr) en eenvoudige belediging, meermalen gepleegd (art. 266 lid 1 Sr). Aangevoerd wordt dat uit nader opsporingsonderzoek blijkt dat aangeefster berichten waarvoor aanvrager is veroordeeld, zeer waarschijnlijk zelf heeft verstuurd door o.m. gebruik te maken van betaalde service waarmee uit naam of met telefoonnummer van ander, of anoniem, sms-berichten konden worden verzonden. Art. 457 lid 1 sub c Sv. HR: Op gronden vermeld in CPG moet het in aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv en is aanvraag gegrond. CPG: Gelet op indringend karakter van nieuwe gegevens (uitkomsten van nader onderzoek naar historische verkeersgegevens en omstandigheid dat aangeefster heeft bekend dat zij valse aangiften heeft gedaan), de op essentiƫle punten overeenkomende werkwijze waarbij verdenking is ontstaan dat aangeefster feiten waarvan zij aangifte heeft gedaan zelf heeft geƫnsceneerd en weinig concrete bewijsvoering t.a.v. betrokkenheid van aanvrager verdachte in vonnis Rb, bestaat ernstig vermoeden dat, indien rechter met die gegevens bekend zou zijn geweest, onderzoek zou hebben geleid tot vrijspraak. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof.
HR 21-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1602
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 november 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/02182
- Conclusie
P-GĀ mr.Ā F.W.Ā Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1602, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21ā11ā2023
ECLI:NL:PHR:2023:906, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17ā10ā2023
Essentie
Herziening. Belaging (art. 285b lid 1 Sr), bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285 lid 1 Sr) en eenvoudige belediging, meermalen gepleegd (art. 266 lid 1 Sr). Aangevoerd wordt dat uit nader opsporingsonderzoek blijkt dat aangeefster berichten waarvoor aanvrager is veroordeeld, zeer waarschijnlijk zelf heeft verstuurd door o.m. gebruik te maken van betaalde service waarmee uit naam of met telefoonnummer van ander, of anoniem, sms-berichten konden worden verzonden. Art. 457 lid 1 sub c Sv. HR: Op gronden vermeld in CPG moet het in aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven a.b.i. art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.