Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/7.2.8.9
7.2.8.9 Toepassing van algemene uitgangspunten
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 17 september 2013, appl.no. 23789/09 (Brzuszczyński/Polen), § 85-90. Ter vergelijking: in EHRM 3 juli 2014, appl.no. 63117/09 (Nikolitsas/Griekenland), § 15 had de nationale rechter overwogen dat de verklaringen van twee medeverdachten betrouwbaar waren, omdat zij werden bevestigd in verschillende soorten ander bewijsmateriaal. Dat achtte het EHRM niet voldoende ter compensatie. Het oordeelde dat het overige bewijsmateriaal onvoldoende sterk was om de Griekse rechters in staat te stellen om de betrouwbaarheid te beoordelen. Een belangrijk verschil met de zaak Brzuszczyński is dat de rechters in die zaak de betrouwbaarheid niet alleen hadden onderzocht aan de hand van het beschikbare steunbewijs, maar ook op andere manier. Zo moesten de verklaringen van de medeverdachte voldoen aan bepaalde voorwaarden om aan het bewijs mee te mogen meewerken.
Hiervoor heb ik een aantal algemene uitgangspunten genoemd die het ehrm van belang heeft geacht bij de beoordeling of voldoende compensatie is geboden. Deze uitgangspunten worden echter zelden expliciet genoemd en kunnen in de meeste zaken evenmin duidelijk worden afgeleid uit de motivering van het ehrm waarom voldoende of onvoldoende compensatie is gebonden. Sommige uitspraken wekken zelfs verbazing vanwege het ogenschijnlijk niet toepassen van de uitgangspunten. Een voorbeeld is de zaak Brzuszczyń - ski. In deze zaak was de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar, op basis van de beslissende verklaring van een medeverdachte. Ik heb betoogd dat meer compensatie vereist is naarmate de strafbedreiging hoger is, naarmate de getuigenverklaring beslissender is en naarmate meer reden bestaat om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring. Desondanks nam het ehrm in deze zaak naar mijn mening genoegen met vrij weinig compensatie. Het ehrm achtte voldoende dat de rechter, mede aan de hand van steunbewijs, de betrouwbaarheid had gemotiveerd en de opsporingsambtenaren die de getuige hadden gehoord, ter zitting had ondervraagd.1