Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/7.2.8.1
7.2.8.1 Algemeen
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
In HR 6 juni 2006, NJ 2006, 332 had de Hoge Raad geoordeeld dat de verklaring van de medeverdachte – die het gerechtshof overigens niet van beslissende betekenis had geacht – voor het bewijs mocht worden gebruikt, omdat een ondervragingsgelegenheid had bestaan. Bij die gelegenheid had de verdachte zich echter op zijn verschoningsrecht beroepen. Het EHRM zag daarin geen behoorlijke en effectieve ondervraging. In EHRM 10 juli 2012, appl.no. 29353/06 (Vidgen/Nederland) stelde het in deze zaak een schending van het ondervragingsrecht vast op de grond dat de verdediging de medeverdachte, wiens verklaring van beslissende betekenis was, niet effectief had kunnen ondervragen. Daarbij merkte het op dat geen compensatie was geboden, zonder compenserende factoren, die zich in deze zaak wel voordeden, te inventariseren. Zou het gerechtshof of de Hoge Raad compenserende factoren hebben genoemd in zijn arrest, dan zou het EHRM deze vermoedelijk hebben betrokken in zijn beoordeling. Vgl. de concurring opinion van rechter De Gaetano bij EHRM 4 juni 2013, appl.no. 14932/09 (Kostecki/Polen), die meende dat het EHRM in dit arrest geen aandacht had moeten besteden aan de vraag of compensatie was geboden, onder meer omdat de nationale rechter daaraan geen rechtsoverwegingen had gewijd. In die zaak heeft het EHRM zich mijns inziens overigens niet over compensatie uitgelaten. Wanneer compenserende factoren daadwerkelijk uit de bewijsmotivering moeten blijken, is het de vraag hoe het EHRM de zaak HR 10 december 2013, NJ 2014, 313 zou beoordelen. De Hoge Raad nam in deze zaak aan dat voldoende steunbewijs bestond, waardoor de getuigenverklaring niet van beslissende betekenis was. AG Knigge meende dat de getuigenverklaring weliswaar van beslissende betekenis was, maar dat voldoende compensatie was geboden. Het gerechtshof had daaraan echter geen overwegingen gewijd, aangezien het op grond van het criterium van NJ 1994, 427 had geoordeeld dat voldoende ondervragingsgelegenheid was geboden, hoewel de vragen van de verdediging niet waren beantwoord.
Hiervoor heb ik vier aspecten genoemd die het ehrm heeft betrokken in overwegingen met betrekking tot compensatie. Deze spelen niet in gelijke mate een rol bij de vaststelling of voldoende is gecompenseerd. Doorslaggevend is over het algemeen welke compenserende factoren zich hebben voorgedaan. Deze lijken overigens alleen in aanmerking te worden genomen wanneer de nationale rechter deze in zijn uitspraak heeft betrokken.1 De andere drie aspecten worden veel minder vaak betrokken bij de beoordeling. De nalatigheid van de verdediging of van de autoriteiten lijken over het algemeen geen rol van betekenis te hebben, omdat in de meeste zaken waarin deze aspecten werden genoemd, reeds op basis van de compenserende factoren kon worden vastgesteld dat al dan niet voldoende compensatie was geboden. Dat was anders in het arrest Dončev & Burgov, waarin het ehrm het ondervragingsrecht niet geschonden achtte op grond van uitsluitend de nalatigheid van de verdediging.
Wanneer alleen de factoren in ogenschouw worden genomen die compenserend werken, kan worden vermoed dat niet ieder van de in § 2.4 genoemde factoren in dezelfde mate compensatie zal bieden. Het komt mij bijvoorbeeld voor dat het kunnen bekijken van een video-opname van een getuigenverhoor een grotere compenserende werking heeft dan de mogelijkheid een andere getuige te ondervragen.
Uit de jurisprudentie van het ehrm kan worden afgeleid dat bepaalde algemene uitgangspunten van belang kunnen zijn bij de beoordeling of voldoende compensatie is geboden. Deze zal ik in § 2.8.2-2.8.9 bespreken. Ondanks al deze uitgangspunten, blijft het erg afhankelijk van de feiten en omstandigheden van een zaak of het ehrm voldoende compensatie aanneemt. In § 2.8.10 zal ik dit toelichten.