Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/7.1
7.1 Inleiding
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Ten aanzien van anonieme getuigen stelde het EHRM al lang voor het arrest Al-Khawaja & Tahery dat het niet kennen van de identiteit van de getuige moet worden gecompenseerd. Zie bijvoorbeeld EHRM 26 maart 1996, appl.no. 20524/92 (Doorson/Nederland), § 72. Omdat de beperking van de verdediging bij anonieme getuigen (vaak wel ondervraagd, maar identiteit onbekend) anders van aard is dan bij niet-anonieme getuigen (meestal niet ondervraagd), zijn de maatregelen die kunnen compenseren ook andere. In dit onderzoek wordt hieraan verder geen aandacht besteed. Zie daarover De Wilde 2009c.
Wanneer de verdediging geen behoorlijke en effectieve ondervragingsgelegenheid heeft gekregen, ondervindt zij daarvan nadeel wanneer de eerder door de getuige afgelegde verklaring voor het bewijs wordt gebruikt. Zij heeft de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring immers niet of niet voldoende kunnen onderzoeken. De verdediging kan voor dat nadeel worden gecompenseerd, waardoor het recht op een eerlijk proces niet geschonden zal worden.1 Wanneer voldoende compensatie is geboden, houdt dat in dat de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring voldoende is komen vast te staan of voldoende is kunnen worden onderzocht.
In het evrm-deel van dit hoofdstuk zal ik eerst onderzoeken wat compensatie inhoudt (§ 2.1) en wat de plaats van compensatie in het beslismodel is (§ 2.2). Het ehrm hanteert vier verschillende soorten overwegingen met betrekking tot compensatie. (§ 2.3) De belangrijkste vraag is welke compenserende factoren zich voordoen. (§ 2.4) Daarnaast kunnen ook contra-indicaties voor het aannemen dat de getuigenverklaring betrouwbaar is een rol spelen en kan de activiteit van de autoriteiten en van de verdediging mede bepalen of voldoende compensatie is geboden. (§ 2.5-2.7) Vervolgens is het de vraag of, alle omstandigheden bij elkaar genomen, voldoende compensatie is geboden. (§ 2.8) In § 2.9 zal ik ingaan op de vraag of de term ‘compenserende factoren’ een andere betekenis heeft dan de eerder door het ehrm gebruikte term ‘compenserende maatregelen’ en in § 2.10 zal ik onderzoeken wie de betrouwbaarheid van een getuigenverklaring moet kunnen onderzoeken. In oudere jurisprudentie stelde het ehrm vaak de afzonderlijke eis dat de rechter uiterst behoedzaam moet omgaan met getuigenverklaringen wanneer een getuige niet door de verdediging kon worden ondervraagd.
De zorgvuldige beoordeling van de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring speelt tegenwoordig een rol bij de vraag of voldoende is gecompenseerd. De vraag of de rechter buitengewone behoedzaamheid in acht heeft genomen, wordt daarom in dit hoofdstuk aan de orde gesteld. (§ 2.11)
Het deel van dit hoofdstuk dat betrekking heeft op het nationale recht (§ 3), is op vergelijkbare wijze opgebouwd.