Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/7.2.1
7.2.1 Algemeen
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
EHRM (GC) 15 december 2011, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), § 130.
EHRM (GC) 15 december 2011, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), § 147.
EHRM 2 april 2013, appl.no. 25307/10 (dec.) (D.T./Nederland). In § 2.4 zullen de verschillende mogelijk compenserende factoren worden besproken die in de EHRM-jurisprudentie in aanmerking zijn genomen.
Concurring opinion van rechter De Gaetano bij EHRM 4 juni 2013, appl.no. 14932/09 (Kostecki/Polen). Jackson & Summers 2013, p. 125 menen, mijns inziens terecht, dat het EHRM in het arrest Al-Khawaja & Tahery had moeten uitleggen wat compenserende factoren zijn. Dat had kunnen bijdragen aan een duidelijke theoretisch onderbouwing van het ondervragingsrecht.
EHRM19 juli 2012, appl.no. 26171/07 (Hümmer/Duitsland), § 51. In onder meerEHRM 24 april 2012, appl.no. 1413/05 (Sibgattulin/Rusland), § 57 en EHRM 26 februari 2013, appl.no. 50254/07 (Papadakis/Macedonië), § 91 is een soortgelijke formulering opgenomen.
In andere arresten heeft het EHRM deze woorden tot nu toe niet herhaald. Wel overwoog het EHRM ten aanzien van steunbewijs in EHRM 3 juli 2012, appl.nos. 22555/09 & 42204/ 09 (dec.) (Sta˘nculescu & Chit¸ac/Roemenië): ‘where the existing evidence is very strong and there is no risk of its being unreliable, the need for supporting evidence is correspondingly weaker’. Ook dat wijst in de richting dat het EHRM het voor mogelijk houdt dat bepaald bewijsmateriaal geen kans op onbetrouwbaarheid kent.
Supreme Court 9 december 2009, [2009] UKSC 14, § 90 (R/Horncastle e.a.). De religieus geïnspireerde gedachte is dat iemand die op het punt staat te overlijden niet met een leugen tegenover God zou willen verschijnen. Hoewel bekend is dat dying declarations niet altijd de waarheid weerspiegelen, zijn dying declarations in het Verenigd Koninkrijk aanvaard als uitzondering op het verbod op hearsay evidence. Blijkens Supreme Court 8 maart 2004, 541 US 36 (2004) (Crawford/Washington) is dit ook het geval in de Verenigde Staten. Zie voor de ratio achter de veronderstelde betrouwbaarheid van dying declarations en voor kritiek daarop Orenstein 2010, p. 1425-1430. Zie ook Polelle 2006 en Spencer 2010, p. 9.
Du Bois-Pedain 2013, p. 260. Dennis 2010, p. 272 en Redmayne 2012 kunnen goed uit de voeten met de term ‘demonstrably reliable’. Redmayne leunt in zijn analyse van het arrest Al-Khawaja & Tahery nogal zwaar op de overwegingen van het EHRM waarin deze term is gebruikt en concludeert mede op grond daarvan dat het Britse recht over het algemeen voldoet aan de eisen van een eerlijk proces. Tot nu toe heeft het EHRM echter in geen enkele beslissing aangenomen dat een getuigenverklaring daadwerkelijk aantoonbaar betrouwbaar was. Ook Jackson & Summers 2013, p. 125 lijken ervan uit te gaan dat getuigenverklaringen aantoonbaar betrouwbaar kunnen zijn. Zij hebben bezwaar tegen de (oude) opvatting van hetEHRMdat de nationale rechter een getuigenverklaringen soms niet voor het bewijs mag gebruiken hoewel hij deze als betrouwbaar aanmerkt. Zie ook Kirst 2003, p. 808.
EHRM (GC) 15 december 2011, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), § 160. Redmayne 2012, p. 873 legt de overweging van het EHRM zo uit dat in bepaalde gevallen geen steunbewijs noodzakelijk is, omdat een getuigenverklaring demonstrably reliable is.
EHRM (GC) 15 december 2011, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), § 146.
EHRM (GC) 15 december 2011, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), § 143-144 en 146. Zie daarover uitvoeriger § 8.5 van hoofdstuk 1.
Zie bijvoorbeeld EHRM (GC) 16 februari 2000, appl.no. 27052/95 (Jasper/Verenigd Koninkrijk), § 52 en 56-58.
EHRM (GC) 15 december 2011, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), § 145-146.
Wat is compensatie?
In het arrest Al-Khawaja & Tahery overwoog het ehrm ten aanzien van de sole or decisive rule dat deze regel
‘is predicated on the principle that the greater the importance of the evidence, the greater the potential unfairness to the defendant in allowing the witness to remain anonymous or to be absent from the trial and the greater the need for safeguards to ensure that the evidence is demonstrably reliable or that its reliability can properly be tested and assessed.’1
Hieruit blijkt dat, indien geen behoorlijke en effectieve gelegenheid heeft bestaan om de getuige te ondervragen, de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring voldoende vast kan komen te staan of kan worden onderzocht. Daarbij worden alle factoren in de strafrechtelijke procedure in ogenschouw genomen, inclusief ‘measures that permit a fair and proper assessment of the reliability of that evidence to take place’. Het gaat erom dat voldoende compenserende factoren bestaan, ‘including the existence of strong procedural safeguards’.2
Een voorbeeld van een compenserende factor is het aan de verdediging beschikbaar stellen van een videoregistratie van een verhoor van de beslissende getuige.3 Het ehrm heeft niet scherp omschreven wat een compenserende factor precies is. In de uiteenzetting door de Grand Chamber ligt de nadruk op de ratio achter het laten meewegen van compensatie bij de beoordeling van klachten over schending van het ondervragingsrecht en niet op de inhoud van de compensatie. Rechter De Gaetano heeft de regel dat een inbreuk op het ondervragingsrecht kan worden gecompenseerd zelfs ‘extremely vague’ genoemd.4 Een enkele keer heeft het ehrm vastgesteld dat een factor niet voldoende compensatie opleverde en daarbij ook aangegeven waarom dat niet het geval was. Een voorbeeld is het arrest Hümmer:
‘The Court is further of the opinion that the investigating judge’s assessment that the witnesses’ statements made at the pre-trial stage had been credible and that there was no indication for collusion on their part can scarcely be considered a proper substitute for the possibility of the defence or the trial court to question the witnesses in their presence and make their own judgment as to their demeanour and reliability’.5
Hieruit blijkt –weliswaar nogal in abstracto – wanneer voldoende compensatie kan worden aangenomen: er moet voldoende gelegenheid hebben bestaan om het gedrag van de getuige en de betrouwbaarheid van zijn verklaring te beoordelen. De compensatie moet als een behoorlijk alternatief kunnen worden beschouwd voor de mogelijkheid een getuige zelf te ondervragen.
Aantoonbaar betrouwbare verklaringen
Blijkens de hiervoor geciteerde overweging houdt het ehrm het voor mogelijk dat compenserende factoren ertoe leiden dat kan worden vastgesteld dat de getuigenverklaring aantoonbaar betrouwbaar (demonstrably reliable) is.6 De woordkeuze lijkt te zijn gebaseerd op het Britse arrest Horncastle, waarin voorbeelden zijn gegeven van verklaringen die aantoonbaar betrouwbaar zijn. Onder meer wordt de dying declaration genoemd, de verklaring die een getuige heeft afgelegd in de wetenschap dat hij spoedig zou komen te overlijden.7 Het is niet duidelijk in welke gevallen het ehrm bereid zou zijn aan te nemen dat een getuigenverklaring aantoonbaar betrouwbaar is. Du Bois- Pedain spreekt in dit verband van bewijs dat overtuigend is.8
Het is overigens niet geheel duidelijk of een getuigenverklaring aantoonbaar betrouwbaar zou kunnen worden vanwege compenserende maatregelen of dat bepaalde categorieën bewijsmateriaal in het algemeen als aantoonbaar betrouwbaar mogen worden aangemerkt, waardoor compensatie in feite niet meer noodzakelijk zou zijn. De hiervoor geciteerde rechtsoverweging wijst in de richting van de eerste benadering. Bij de beoordeling van de zaak Tahery merkte het ehrm echter op dat de verklaring van de beslissende getuige in deze zaak niet viel in de categorie ‘aantoonbaar betrouwbaar’ en dat daarom moest worden onderzocht of voldoende compensatie was geboden.9 Dat wijst meer in de richting van de tweede benadering.
De ratio achter compensatie
In het arrest Al-Khawaja & Tahery heeft het ehrm bepaald dat de sole or decisive rule flexibel moet worden toegepast.10 Het belangrijkste argument dat het daarvoor heeft genoemd, is dat bij het recht op een eerlijk proces alle omstandigheden van de zaak in aanmerking moeten worden genomen. De procedure als geheel moet eerlijk zijn verlopen (overall fairness).11 Deze benadering was op zichzelf niet nieuw. Ten aanzien van andere rechten wordt evenmin een schending aangenomen op de enkele grond dat inbreuk was gemaakt op een bepaald recht. Een voorbeeld is het recht op disclosure of evidence. Wanneer de kennisneming van bepaalde processtukken aan de verdediging is onthouden, is het mede van compenserende factoren afhankelijk of het recht op disclosure of evidence is geschonden.12 Het ehrm heeft ervoor gekozen om dezelfde benadering te hanteren bij het bepalen van de betekenis van de sole or decisive rule.13