Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/705
Personen- en familierecht. Huwelijksvermogensrecht. Is ‘potovereenkomst’ uitvoeringsovereenkomst verrekenbeding huwelijkse voorwaarden of nadere huwelijkse voorwaarde? Vergoedingsrecht; natuurlijke verbintenis?; bijdragen aan kosten van huishouding of investering in woning? Vervolg op HR 30 augustus 2019, RvdW 2019/938.
HR 06-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:852
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 juni 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/03594
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:852, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:296, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1053, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑09‑2023
- Wetingang
Art. 1:115, 1:132, 6:3 BW
Essentie
Personen- en familierecht. Huwelijksvermogensrecht. Is ‘potovereenkomst’ uitvoeringsovereenkomst verrekenbeding huwelijkse voorwaarden of nadere huwelijkse voorwaarde? Vergoedingsrecht; natuurlijke verbintenis?; bijdragen aan kosten van huishouding of investering in woning? Vervolg op HR 30 augustus 2019, RvdW 2019/938.
Samenvatting
Echtgenoten die onder huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd kunnen overeenkomen op welke wijze zij uitvoering zullen geven aan een daarin voorkomend beding. Voor zover die wijze van uitvoering blijft binnen de kaders van het betrokken beding, behoeft zo’n nadere overeenkomst niet notarieel te worden vastgelegd. Voor zover de nadere overeenkomst naar inhoud of uitkomst afwijkt van dat beding, is evenwel sprake ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.