Stille getuigen
Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/7.2.8.6:7.2.8.6 Meer compensatie bij potentieel minder betrouwbare getuigenverklaringen
Stille getuigen 2015/7.2.8.6
7.2.8.6 Meer compensatie bij potentieel minder betrouwbare getuigenverklaringen
Documentgegevens:
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM (GC) 10 maart 2009, appl.no. 4378/02 (Bykov/Rusland), § 90.
EHRM 10 mei 2012, appl.no. 28328/03 (Aigner/Oostenrijk), § 42.
EHRM 24 juli 2008, appl.no. 41461/02 (Romanov/Rusland), § 102-103; EHRM 4 december 2008, appl.no. 1111/02 (Trofimov/Rusland), § 37-38. In EHRM 17 september 2013, appl.no. 23789/09 (Brzuszczyński/Polen), § 89 en 90 nam het EHRM echter juist genoegen met relatief weinig compensatie.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De behoefte aan steunbewijs neemt af naarmate het bewijsmateriaal betrouwbaarder is.1 Een vergelijkbare redenering is van toepassing ten aanzien van compensatie: naarmate een getuigenverklaring een grotere kans op onbetrouwbaarheid heeft, moet meer compensatie worden geboden. In de zaak Aigner overwoog het ehrm:
‘The Court acknowledges that it would have been preferable for the trial court also to have been able to study the video recording of that hearing to gain a direct impression of Mrs K’s conduct under questioning. However, in the light of the fact that at the time of the hearing Mrs K was an adult with full mental capacity, the Court cannot subscribe to the applicant’s view that this was indispensable for the fair conduct of the proceedings (see, in contrast, S.N. v. Sweden, cited above, § 52).’2
Hieruit kan worden afgeleid dat het waarnemen van het gedrag van de getuige door de zittingsrechter belangrijker is bij kinderen en bij getuigen met verstandelijke beperkingen dan bij volwassen die niet verstandelijk beperkt zijn. Mogelijk mag deze overweging ook ruimer worden opgevat en is in het algemeen meer compensatie vereist naarmate meer aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van de getuigenverklaring op grond van de kwaliteit van de getuige. Hierbij kan wellicht ook worden gedacht aan verklaringen van medeverdachten, die het ehrm in het algemeen als minder betrouwbaar beschouwt.3