Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.3.5.3
6.3.5.3 Proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450694:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit beginsel bespreek ik in § 7.4.10.
Timmerman 1988, p. 310 meent dat niet duidelijk is of de rechtspersoon inzage dient te geven in bescheiden waarvan hij tegenover een derde de verplichting op zich heeft genomen om deze geheim te houden. Hij neemt aan dat dit niet het geval is, omdat de onderzoeker de rechtspersoon niet in de positie mag brengen dat hij contractbreuk pleegt. Hierbij verliest Timmerman evenwel uit het oog dat een contractueel overeengekomen geheimhoudingsplicht de wettelijke plicht om inzage en inlichtingen te verschaffen ex artikel 2:351 lid 1 BW niet opzij kan zetten. Zo ook Geerts 2004, p. 160.
Zie § 6.3.5.2 respectievelijk § 6.3.5.6.
Een van de beginselen van behoorlijk onderzoek waaraan onderzoekers zich hebben te houden is het beginsel van proportionaliteit en subsidiariteit.1 De door de onderzoekers in te zetten onderzoeksmethoden, waaronder het inzagerecht, behoren evenredig te zijn ten opzichte van het te onderzoeken belang. Bij de toepassing van het inzagerecht zullen de onderzoekers niet alleen rekening moeten houden met de belangen van de rechtspersoon, maar ook met de belangen van derden, waarbij in de eerste plaats kan worden gedacht aan de (voormalige) bestuurders en commissarissen van de rechtspersoon. Alle relevante belangen zullen in aanmerking moeten worden genomen. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan de kosten die de rechtspersoon moet maken om bepaalde informatie voor de onderzoekers beschikbaar te maken. Verder kan men denken aan het belang dat de rechtspersoon contractueel tot geheimhouding is verplicht.2 Gebruikmaking van het inzagerecht, zeker als dat gebeurt met toepassing van forensische onderzoeksmethoden, kan inbreuk maken op de privacy van (voormalige) bestuurders, commissarissen en werknemers van de rechtspersoon. Die privacy wordt onder meer gewaarborgd door artikel 8 EVRM en de Wet bescherming persoonsgegevens.3 Bij de toetsing aan die bepalingen speelt het evenredigheidsbeginsel ook een rol. De toepassing van het evenredigheidsbeginsel is echter breder en niet alleen beperkt tot de privacy belangen van de (voormalige) functionarissen van de rechtspersoon.
Bij de toepassing van het inzagerecht moeten de onderzoekers het subsidiariteitsbeginsel respecteren. Dit betekent dat zij moeten beoordelen of het onderzoeksdoel dat zij willen bereiken ook kan worden gerealiseerd met lichtere onderzoeksmethoden, die voor de rechtspersoon en bij het onderzoek betrokken derden minder belastend zijn.