Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.3.1:6.3.1 Wettekst
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.3.1
6.3.1 Wettekst
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455466:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Geerts 2004, p. 159-161; Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 36-37; Geerts in: GS Rechtspersonen, artikel 2:351 BW, aant. 8.1-8.2; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/782; Van der Heijden-Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 365; Assink || Slagter 2013, p. 1716-1717; Storm 2014, p. 145-146.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bepaling over het inzagerecht is opgenomen in artikel 2:351, eerste lid, eerste en tweede volzin, BW.1 Deze bepaling luidt als volgt:
“De door de ondernemingskamer benoemde personen zijn gerechtigd tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de rechtspersoon en de vennootschap bedoeld in artikel 345 lid 1 waarvan zij de kennisneming tot een juiste vervulling van hun taak nodig achten. De bezittingen van de rechtspersoon en de vennootschap moeten hun desverlangd worden getoond.”