Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.2.1:2.2.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.2.1
2.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459118:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover kritisch De Bock 2011, p. 302-310.
HR 12 september 2003, NJ 2005/441, m.nt. W.D.H. Asser onder NJ 2005/442 (Royal & Sun Alliance Schadeverzekering/K.); HR 30 maart 2007, NJ 2007/189 (Aegon/D.).
Via de schakelbepaling van artikel 205 lid 1 Rv.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 194 lid 1 Rv bepaalt niet meer dan dat de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een bericht of verhoor van deskundigen kan bevelen en dat het vonnis de punten vermeldt waarover het oordeel van de deskundigen wordt gevraagd. Dit betekent dat de rechter een discretionaire bevoegdheid heeft al dan niet een deskundigenbericht te gelasten.1 Uit deze bepaling kan niet worden afgeleid hoe de rechter de opdracht aan de deskundigen moet formuleren, in hoeverre partijen en de te benoemen deskundigen hierbij kunnen of moeten worden betrokken, en in hoeverre de opdracht aan de deskundigen kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld naar aanleiding van onduidelijkheden of omdat de opdracht naar het oordeel van partijen of de deskundigen niet goed is geformuleerd.
Het bepaalde in de eerste zin van artikel 194 lid 1 Rv is niet van toepassing op het voorlopig deskundigenbericht. Aan de rechter die heeft te oordelen over het verzoek een dergelijk onderzoek te gelasten, komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Hij dient het onderzoek in beginsel te gelasten, mits het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenbericht bewezen kunnen worden. Dit is echter anders indien de rechter op grond van in zijn beslissing te vermelden feiten en omstandigheden van oordeel is dat het verzoek in strijd is met een goede procesorde of dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen misbruik wordt gemaakt – bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten – of indien het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.2 De tweede zin van artikel 194 lid 1 Rv is daarentegen wél van toepassing op het voorlopig deskundigenbericht.3 In de beschikking moeten de punten worden vermeld waarover het oordeel van de deskundige wordt gevraagd. Net als bij het gewone deskundigenbericht bepaalt de wet bij het voorlopig deskundigenbericht niet hoe de rechter de opdracht aan de deskundigen moet formuleren, in hoeverre de partijen en de te benoemen deskundigen hierbij kunnen of moeten worden betrokken en in hoeverre de opdracht aan de deskundigen kan worden gewijzigd. In dit opzicht is er dus geen verschil tussen het deskundigenbericht en het voorlopig deskundigenbericht.
Artikel 194 lid 5 Rv bepaalt dat de rechter, op verzoek van partijen of ambtshalve, aan de deskundigen het geven van nadere mondelinge of schriftelijke toelichting of aanvulling kan bevelen, dan wel, na overleg met partijen, een of meer andere deskundigen kan benoemen.
Artikel 197 lid 2 Rv bepaalt in aanvulling hierop dat de rechter bij de benoeming van de deskundigen de termijn bepaalt waarbinnen de deskundigen hun schriftelijk bericht ter griffie moeten inleveren alsmede de dag voor de volgende proceshandeling. Wanneer op die dag het bericht van de deskundigen nog niet mocht zijn ingekomen, bepaalt het derde lid van dit artikel dat de rechter op verzoek van partijen of een van hen een nadere datum voor de volgende proceshandeling kan bepalen.