Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.2.5:2.2.5 Onduidelijkheden in de onderzoeksopdracht
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.2.5
2.2.5 Onduidelijkheden in de onderzoeksopdracht
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456691:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Leidraad deskundigen in civiele zaken nr. 1.
HR 6 maart 2013, NJ 2013/528, m.nt. E.A. Alkema (W./Y.), r.o. 4.4, waarover § 9.2.1. Zo ook Labohm & Dusamos 2005, p. 13-14; De Groot 2008, p. 163.
Zie § 9.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet regelt niet of de rechter na verstrekking van de opdracht kan voldoen aan een verzoek van de deskundige om de opdracht toe te lichten of aanwijzingen te geven met betrekking tot de inhoud en de reikwijdte van de opdracht. In de Leidraad deskundigen in civiele zaken wordt geïmpliceerd dat de rechter dit kan doen, omdat de deskundige wordt aanbevolen om bij onduidelijkheden en dergelijke per omgaande de contactpersoon binnen de rechterlijke macht te benaderen.1 Dat zou geen zin hebben als de rechter vervolgens niets zou mogen doen. De Hoge Raad heeft in een tuchtklacht tegen een kinderrechter beslist dat de rechter inderdaad deze bevoegdheid heeft.2 Ik ben het hier volledig mee eens. Dit vloeit voort uit de eisen van een goede procesorde en is ook efficiënt. Niet doet ter zake of de deskundigen hun onderzoek onder leiding van de rechter dan wel zelfstandig uitvoeren (vergelijk artikel 198 lid 2 Rv). Ingeval de rechter een rechter-commissaris heeft benoemd onder wiens leiding het deskundigenonderzoek plaatsvindt, heeft deze de bevoegdheid de deskundige een toelichting te geven op de opdracht.3Is er geen rechter-commissaris benoemd, dan komt deze bevoegdheid toe aan de rechter die het onderzoek heeft bevolen.