Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.2.2
2.2.2 Inhoud en reikwijdte van de onderzoeksopdracht
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454292:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt niet als het voorlopig deskundigenbericht wordt verzocht hangende een procedure.
Hof Leeuwarden 1 november 2006, NJF 2006/577 (X./Goudse Verzekeringen).
Bosch 2007; De Groot 2008, p. 162.
Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 25 september 2001, L&S 2002/4, p. 11; Rb. Amsterdam 3 november 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU5724; Rb. Leeuwarden 23 augustus 2007,ECLI:NL:RBLEE:2007:BB4573.
De Groot 2008, p. 162.
Als er al een procedure aanhangig is, geldt dit a fortiori.
Vgl. Asser, Groen & Vranken 2003, p. 122-126.
Leidraad deskundigen in civiele zaken, m.n. hoofdstuk 5.
Hof Den Bosch 27 november 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB9575 (X/ASV Automobielbedrijven).
MvA, Rutgers & Flach 1988, p. 319.
Zie bijvoorbeeld Akkermans 2005, p. 69-80; Akkermans, Hendrix & Van 2009, p. 89-99; Giard 2013, p. 41-48; Giard 2016, p. 43-53 met verdere literatuurverwijzingen.
Zie rechten.vu.nl/iwmd.
Het feit dat de rechter een discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet een deskundigenbericht te gelasten, betekent niet dat hij bij het formuleren van de onderzoeksopdracht aan de deskundigen volledig vrij is. In de eerste plaats is de rechter gebonden aan de door partijen bepaalde aard en omvang van de rechtsstrijd (artikel 24 Rv). In de tweede plaats behoort hij geen deskundigenadvies in te winnen ten aanzien van feiten of rechten waarvan hij geen bewijs mag verlangen. Dit zijn feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist, behoudens zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat (artikel 149 lid 1 Rv). Deze beperkingen gelden in beginsel niet bij het voorlopig deskundigenbericht, als er nog geen procedure aanhangig is. Er is dan immers nog geen rechtsstrijd, zodat er ook geen sprake kan zijn van een bepaalde omvang daarvan.1 Niet eenduidig bij het voorlopig deskundigenbericht is of de rechter de bevoegdheid heeft de opdracht aan de deskundigen anders te formuleren dan verzocht. Het Hof Leeuwarden heeft geoordeeld dat uit de beoordelingsmaatstaf voor de toewijsbaarheid van een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht voortvloeit dat de rechter niet de ruimte heeft om de door de verzoeker voorgestelde vragen aan te vullen.2 Deze beperkte taakopvatting van de rechter is in de literatuur bekritiseerd.3 Er zijn echter ook uitspraken van lagere rechters die een actievere rol voor de rechter opeisen met betrekking tot de formulering van de onderzoeksopdracht.4 Bij deze laatste opvatting sluit ik mij aan. Het ook bij het voorlopig deskundigenbericht verplichte overleg met partijen (artikel 205 lid 1 jo. 194 lid 2 Rv) wordt een wassen neus als de rechter de voorstellen van partijen zonder meer zou moeten overnemen.5 Als er sprake is van een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht schakelen partijen, althans een van hen, de rechter in de voorfase reeds in. Als dat het geval is, behoort de rechter in die voorfase ook een actieve rol te spelen.6 Daarbij past niet dat de rechter gebonden is aan de opvattingen van partijen over de formulering van de onderzoeksopdracht als hij meent dat met de door partijen voorgestane formulering het deskundigenbericht niet behulpzaam kan zijn voor een minnelijke afdoening van het geschil buiten rechte of voor de door de rechter in een aan te spannen procedure te nemen beslissing.7
De opdracht aan de deskundigen pleegt in de praktijk te bestaan uit vragen die de deskundigen dienen te beantwoorden alsmede uit instructies van procedurele aard. Deze laatste zijn voor een deel ook opgenomen in de Leidraad deskundigen in civiele zaken.8 De vragen die de rechter aan de deskundigen stelt, zijn soms vrij gedetailleerd en specifiek, maar dat is lang niet altijd het geval. Er zijn rechters die vinden dat de vraagstelling niet te gedetailleerd en te specifiek behoort te zijn, teneinde de deskundigen voldoende ruimte te bieden om zich vanuit hun expertise te richten op de aspecten die uiteindelijk voor de beslechting van het geschil van belang zijn.9 Vaak zullen rechters een vraag ook niet heel specifiek en gedetailleerd kunnen formuleren, omdat zij onvoldoende kennis hebben op het vakgebied van de deskundigen. Het nadeel van een te weinig specifieke vraagstelling kan echter zijn dat het antwoord van de deskundigen op de gestelde vragen de rechter niet in staat stelt het geschil te beslechten. De rechter zal er in ieder geval voor moeten zorgen dat de deskundigen voldoende inzicht hebben in het criterium aan de hand waarvan hij met behulp van het deskundigenbericht het tussen partijen bestaande geschil moet beslechten. De wijze waarop de vragen worden geformuleerd kan er in belangrijke mate toe bijdragen dat de deskundigen dat inzicht verkrijgen. In de praktijk wordt daartoe vaak een tussenoplossing gekozen: de rechter stelt een aantal vrij gedetailleerde en specifieke vragen, maar voegt daaraan de open vraag toe of de deskundigen nog andere punten naar voren willen brengen waarvan hij volgens hen kennis dient te nemen bij de beoordeling van het geschil.10 In de literatuur is er veel aandacht voor de inhoud van de formulering van de onderzoeksopdracht.11 Voor medische aansprakelijkheidsrapporten zijn er door de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen van de Vrije Universiteit standaardvragen ontwikkeld voor een deskundigenonderzoek naar causaal verband bij een ongeval.12 Gelet op de grote verschillen tussen dit soort deskundigenonderzoeken en het onderzoek in de enquêteprocedure ga ik hierop niet verder in.
Het initiatief om voor veelvoorkomende onderzoeksopdrachten een lijst met standaardvragen te ontwikkelen die, naast eventuele specifiek op de casus toegesneden vragen, gesteld kunnen worden, lijkt mij waardevol. Het goed formuleren van vragen is een kunst op zich. Door standaarden te ontwikkelen wordt voorkomen dat iedere rechter opnieuw het wiel moet uitvinden. Daardoor zal ook het aantal fouten afnemen.