Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/707
Schadevergoedingsrecht. Maatstaf schadeberekening. Letselschade; kosten huishoudelijke hulp (art. 6:107 lid 1 onder a BW); samenloop vorderingsrechten benadeelde en zorgverlenende derde; vergoeding van kosteloos verleende zorg?
HR 06-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:853
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/01897
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:853, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:134, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Schadevergoedingsrecht. Maatstaf schadeberekening. Letselschade; kosten huishoudelijke hulp (art. 6:107 lid 1 onder a BW); samenloop vorderingsrechten benadeelde en zorgverlenende derde; vergoeding van kosteloos verleende zorg?
Samenvatting
Uitgangspunt bij de berekening van de omvang van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding is dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven. Hieruit volgt dat zijn schade in beginsel moet worden berekend met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval. Dit geldt ook wanneer sprake is van letselschade (HR 5 december 2008, NJ ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.