Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/6.3.9
6.3.9 Juridische procedures
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS499964:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie de AFM-brochure Koersgevoelige informatie, p. 8. Zie tevens CESR, Market Abuse Directive, Level 3 — second set of CESR guidance and information on the common operation of the Directive to the market, juli 2007, CESR/06-562b, onder 1.15: 'Legal disputes'.
Zie Nieuwe Weme/Stevens, Serie OO&R, deel 34(2008), p. 225.
Gelet op de omschrijving van 'concrete informatie' in art. 1 lid 1 van de Uitvoeringsrichtlijn definities en openbaarmaking als mede omvattend een situatie of gebeurtenis waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij zal plaatsvinden, kan een publicatie voorafgaand aan de aanvang van een procedure geboden zijn.
Zie hierover Josephus Jitta, JORplus 2002, p. 30-37 en De Jong/Millenaar, Ondememingsrecht 2008, p. 546-549.
Als één van de voorbeelden van koersgevoelige informatie vermeldt de AFM "belangrijke rechtszaken/claims/productaansprakelijkheid/milieuschade/etc.".1 Het gebruik van het adjectief 'belangrijke' geeft al aan dat met de (aankondiging van de) juridische procedure een materieel belang van de uitgevende instelling gemoeid dient te zijn. In dit verband kunnen verschillende gebeurtenissen onderscheiden worden, die elk afzonderlijk als koersgevoelig feit kunnen worden aangemerkt: de aankondiging dat een claim wordt ingesteld, het uitbrengen van een dagvaarding, een rechterlijke uitspraak, maar ook het afbreken van schikkingsonderhandelingen of juist het bereiken van een schikking.2 In al deze gevallen zal het er in beginsel om gaan of het waarschijnlijk is dat een claim, mede gelet op de omvang van de uitgevende instelling, zal leiden tot een aanmerkelijke betaling of een relevante beperking van de bedrijfsuitoefening als gevolg van bijvoorbeeld een aan de uitgevende instelling op te leggen verbod of gebod om iets te doen of niet te doen (art. 3:296 lid 1 BW). Dit zal echter niet de enige maatstaf zijn voor de naleving van de openbaarmakingsplicht. Ook wanneer de uitgevende instelling van oordeel is dat een aangekondigde3 of al ingestelde rechtsvordering feitelijke of juridische grondslag ontbeert, kan het van wijs beleid getuigen dit openbaar te maken.
Een bijzondere procedure waarmee een uitgevende instelling geconfronteerd kan worden, is de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer (art. 2:344 e.v. BW). Ook de verwikkelingen in dergelijke procedures (zoals een toe- of afwijzing van het verzoek tot het instellen van een onderzoek, het treffen van onmiddellijke voorzieningen, het gereed komen van het onderzoeksrapport, het vaststellen van wanbeleid en de naar aanleiding daarvan te treffen voorzieningen) kunnen aanleiding zijn voor een publicatie ex art. 5:25i Wft.4