Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/615
Oplichting, art. 326 lid 1 Sr. 1. Inhoud p-v van tz. in hoger beroep. Blijkt uit p-v van tz. in h.b. dat door verdediging is gepleit, althans hoe eventueel verweer van verdediging heeft geluid en/of pleitnota is overgelegd? 2. Bewijsklachten aannemen van valse hoedanigheid, samenweefsel van verdichtsels en causaal verband. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 22-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:588
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/00178
- Conclusie
​A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:588, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:366, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
Essentie
Oplichting, art. 326 lid 1 Sr. 1. Inhoud p-v van tz. in hoger beroep. Blijkt uit p-v van tz. in h.b. dat door verdediging is gepleit, althans hoe eventueel verweer van verdediging heeft geluid en/of pleitnota is overgelegd? 2. Bewijsklachten aannemen van valse hoedanigheid, samenweefsel van verdichtsels en causaal verband. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00178
Datum 22 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 januari 2023, nummer 20-000904-22, in de strafzaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.