RvdW 2025/627:Belaging van zijn voormalige sociotherapeut, art. 285b lid 1 Sr. 1. Bewijsklacht stelselmatigheid. Heeft verdachte ‘stelselmatig’ inbreuk gemaakt op persoonlijke levenssfeer van slachtoffer? 2. Vertegenwoordiging van slachtoffer door gemachtigde, art. 51c lid 3 Sv. Beschikte gemachtigde die vordering benadeelde partij ttz. in hoger beroep heeft toegelicht over bijzondere en schriftelijke volmacht? 3. Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel voor feit dat mede vóór 1 april 2012 is begaan, art. 1 lid 1 en art. 38v Sr. Ad 1. en 2. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 3. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte voor de in periode tussen 3 september 2009 en 27 mei 2019 gepleegde belaging veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden (gebieds- en contactverbod) en vrijheidsbeperkende maatregel (gebieds- en contactverbod). Inwerkingtreding van art. 38v Sr (mogelijkheid tot oplegging vrijheidsbeperkende maatregel) op 1 april 2012 houdt in het licht van art. 1 lid 1 Sr wijziging van toepasselijke regels van sanctierecht in. Nu bewezenverklaard feit, dat door hof als 1 misdrijf is gekwalificeerd, mede vóór 1 april 2012 is begaan, had art. 38v Sr buiten toepassing moeten blijven (vgl. HR 23 januari 2018, NJ 2018/75 en HR 23 januari 2018, RvdW 2018/205). HR zal oplegging vrijheidsbeperkende maatregel en bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid daarvan vernietigen. Aan voorwaardelijke gevangenisstraf verbonden bijzondere voorwaarden blijven in stand. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. oplegging vrijheidsbeperkende maatregel en bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid daarvan.